Werknemers die met het openbaar vervoer reizen hebben onder voorwaarden recht op reisaftrek (zie artikel 3.87 Wet IB 2001).
De vaste voorwaarde voor reisaftrek is een ov-verklaring of een reisverklaring. Daarbij kan de inspecteur om aanvullend bewijs vragen, bijvoorbeeld om het daadwerkelijk gebruik van het openbaar vervoer te kunnen beoordelen. Werknemers kunnen transactieoverzichten van de OV-chipkaart gebruiken als aanvullend bewijs om voor reisaftrek in aanmerking te komen.
Artikel 9
Bewijs bij reizen met openbaar vervoer
Onderdeel van Loonheffingen, inkomstenbelasting, winst, vervoer; reiskostenvergoedingen, reizen per auto en openbaar vervoer· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 24 september 2022