Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 1

Artikel 11

Ondermandaat en ondervolmacht aan directeuren

Onderdeel van Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 5 oktober 2022

1. De directeuren hebben, binnen het kader van de met hen gemaakte managementafspraak mandaat om namens de minister besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie. 2. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens volmacht ten aanzien van alle personele aangelegenheden betreffende onder hen ressorterende medewerkers tenzij bij wettelijk voorschrift anders is of wordt bepaald, met dien verstande dat ten aanzien van de strafmaat bij straffen, ontslag, waaronder de keuze van de ontslaggrond, ordemaatregelen en vaststellingsovereenkomsten, te voren een toetsing zal plaats vinden door een arbeidsjuridisch deskundige. 3. Van de in lid 2 bedoelde personele volmacht zijn uitgezonderd: het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd om na het bereiken van de leeftijd in de zin van 7a artikel van de Algemene Ouderdomswet (AOW) door te werken, opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden in de zin van artikel 677, lid 1, en 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (ontslag op staande voet). 4. De directeuren zijn budgethouder voor de hun door de desbetreffende leidinggevende functionaris toegewezen budgetten en hebben mandaat tot het aangaan van verplichtingen op basis van het door de minister vastgestelde departementale bestedingsplan tot maximaal € 150.000 exclusief btw.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel