**1.** Op verzoek van de minister verstrekt de belanghebbende, bedoeld in artikel 7 van de AWW, die buiten Caribisch Nederland woont eenmaal per zes maanden binnen een door de RCN-unit SZW te bepalen redelijke termijn een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkt bewijs van leven.
**2.** Op verzoek van de minister verstrekt de belanghebbende aan wie wezenpensioen wordt uitbetaald als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de AWW ten behoeve van de minderjarige wees of halfwees die buiten Caribisch Nederland woont, eenmaal per twaalf maanden binnen een door de minister te bepalen redelijke termijn een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkt bewijs van leven. Indien de belanghebbende een meerderjarige wees of halfwees betreft die recht heeft op wezenpensioen als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, AWW, rust de in de vorige zin bedoelde informatieplicht op het kind.
**3.** Op verzoek van de minister verstrekt de belanghebbende studerende wees of halfwees op wie artikel 9, vijfde lid, van de AWW van toepassing is, of diens wettelijke vertegenwoordiger elk schooljaar vóór 1 september een met het betreffende tijdvak corresponderende door de school gewaarmerkte schoolverklaring of ander door de minister toegestaan bewijsstuk van het volgen van het onderwijs.
Artikel 8
Bewijs van leven en schoolverklaring AWW-gerechtigden
Onderdeel van Regeling controlevoorschriften AOV en AWW BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 12 oktober 2022