Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 6

Schriftelijke stukken

Onderdeel van Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies 2022· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 14 oktober 2022

1. Bij een aanvraag om een ontheffing worden in ieder geval de volgende documenten overgelegd: een volledig ingevuld aanvraagformulier; een plan van aanpak waarin ten minste beschreven wordt: het aantal voertuigen dan wel samenstellen van voertuigen onder vermelding van de kentekens en de voertuigidentificatienummers dan wel, indien het een nieuw of een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, de relevante documenten voor goedkeuring, registratie en gebruik van het voertuig of de voertuigen op de openbare weg; het doel van de proef, waarbij expliciet ingegaan wordt op de wijze waarop met de proef wordt bijgedragen aan innovatie en het opdoen van ervaring met geautomatiseerde functies in voertuigen alsmede de wijze waarop wordt bijgedragen aan de doelstellingen van artikel 2, eerste lid van de Wegenverkeerswet; een planning gericht op de voorgenomen startdatum van de proef en de duur van de proef; een beschrijving van specifieke omstandigheden waaronder de proef gaat plaatsvinden zoals snelheid, verkeersintensiteit, weeromstandigheden en dag /nachtomstandigheden als bedoeld in artikel 1, tweede lid van het RVV 1990: een beschrijving van de exacte locatie(s) en wegen waar de proef onder de in 4° beschreven omstandigheden gaat plaatsvinden; 2. Voorts worden gedurende de behandeling van de aanvraag de volgende documenten overgelegd: een functionele beschrijving van de geautomatiseerde functies van het voertuig en de ICT-infrastructuur in relatie met het voertuig zoals bijvoorbeeld wegkantsystemen/ overige weggebruikers/ GNSS/ GPS; een risicoanalyse en een beschrijving van het voorgenomen gebruik van het voertuig en de beheersing van de geautomatiseerde functionaliteiten, mede in relatie tot het ODD en de aangevraagde routedelen, volgens de beschreven werkwijze, uit ISO26262:2018, onderdeel 2.5,2,6,2.7, 3.5,3.6,3.7, 4.5 tot en met 4.8, 8.7 tot en met 8.10 als bedoelt in Bijlage I, dan wel daaraan gelijkwaardige methode. Na voorafgaande toestemming van de RDW kan worden volstaan met een inzichtelijke beschrijving van de onderdelen verificatie en validatie volgens de meest actuele versie van de ISO 21448 of Failure Mode and Effect Analysis (FMEA); een verklaring van de verzekeraar dat de proef adequaat verzekerd is; een verklaring omtrent medewerking onderzoek, kennisdeling en evaluatie van de proef; een verklaring met betrekking tot de aanwezigheid van een apparaat als bedoeld in EC 2019/2144 voor de gegevensvastlegging dat in staat is om de gegevens te registreren afkomstig van de sensor- en controlesystemen gekoppeld aan de geautomatiseerde functies, evenals andere informatie met betrekking tot bewegingen van het voertuig dan wel de verbonden voertuigen; een EMC-verklaring conform UN/ECE-reglement 10 met betrekking tot het voertuig en de geautomatiseerde functionaliteiten, in en om het voertuig als beschreven in Bijlage II, dan wel een document waaruit naar het oordeel van de RDW blijkt dat de EMC-risico’s op andere wijze adequaat zijn geborgd. 3. Indien documenten als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in de lidstaat van de Europese Unie waar de voertuigen zijn of waren geregistreerd, dient hieruit te blijken dat deze een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer ten minste gelijkwaardig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel