Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2022· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2022

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering), van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien en/of korte wapenstok en/of pepperspray en/of vuurwapen. 2. Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage H, van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. 3. De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de bekendmaking model legitimatiebewijs Belastingdienst (d.d. 11 juni 2014, Staatscourant nr. 15855 van 11 juni 2014).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel