Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.10

HKG_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2023· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 oktober 2022

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium HKG_C op: de indeling in HKG_C-klassen 2023 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 6 van deze Beleidsregels; en de opgave per 1 juni 2022 van declaraties hulpmiddelen 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PER 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 6 van deze Beleidsregels, in welke HKG_C-klassen een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klassen waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium HKG_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, bedoeld in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor. 4. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2022 voor het eerst voorkomen per HKG_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2022 toe. 5. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen HKG_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen HKG_C’ in. 6. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG_C naar de macroverzekerdenraming. 7. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium HKG_C de toepasselijke COVID-correctiefactor toe.

Rechtspraak bij dit artikel