Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.11

MHK_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2023· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 oktober 2022

1. Het Zorginstituut baseert het aantal verzekerden per zorgverzekeraar en per modelovereenkomst voor het criterium MHK_C op: de indeling in MHK_C-klassen 2023 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 10 van deze Beleidsregels; declaraties met betrekking tot 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; declaraties met betrekking tot 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2023, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; declaraties met betrekking tot 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; en het PKB 2020, PKB 2021 en PKB 2022. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met e, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2023 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 10 van deze Beleidsregels, in welke MHK_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MHK_C’ in.

Rechtspraak bij dit artikel