**1.** Het is aan hen, aan wie het ereteken is toegekend, vergund om het ereteken te dragen als miniatuurversiersel of draagteken.
**2.** Het is aan hen, die gerechtigd zijn tot het dragen van een uniform tevens vergund om het ereteken te dragen als baton conform de voor hen geldende voorschriften.
**3.** Het miniatuurversiersel is 16 mm in doorsnee en hangt af van een oranje lint van eveneens 16 mm breed. Op het lint is een gouden, zilveren of bronzen plaatje bevestigd met de kapitale letter «R».
**4.** Het draagteken bestaat uit een oranje lint van 9 millimeter breed in strikvorm. Op het lint is een gouden, zilveren of bronzen plaatje bevestigd met de kapitale letter «R».
**5.** De baton uit een oranje lint van 27 x 11 mm. Op het lint is een gouden, zilveren of bronzen plaatje bevestigd met de kapitale letter «R».
**6.** De verschillende verschijningsvormen van het ereteken zoals genoemd in dit artikel en artikel 6 mogen niet gelijktijdig worden gedragen.
**7.** Diegene met het ereteken in brons of zilver aan wie andermaal een ereteken wordt toegekend, draagt alleen het ereteken met de hoogste graad.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Besluit De Ruytermedaille· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 9 november 2022