Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Statuten Stichting Nederlands Fonds voor de Film 2022· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 29 november 2022

1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden, of zoveel eerder als op grond van andere verplichtingen van de stichting nodig is, na afloop van het boekjaar een jaarrekening op te maken en legt deze over aan de raad van toezicht. Binnen deze termijn legt het bestuur ook een jaarverslag, de verklaring van de registeraccountant houdende bevindingen, alsmede het door de accountant opgestelde accountantsverslag, over aan de raad van toezicht. 4. De jaarrekening bestaat uit een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting, ingericht overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de subsidievoorwaarden, gesteld door de Minister. In de reglementen van het bestuur en de raad van toezicht kunnen bepalingen opgenomen worden omtrent andere onderwerpen die in het jaarverslag aan de orde dienen te komen. 5. De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en de voorzitter van de raad van toezicht. Ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 6. De raad van toezicht verleent aan een accountant opdracht tot onderzoek van de jaarrekening en formuleert de opdracht daartoe. Het bepaalde in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 7. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden­ en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. 8. De op een gegevensdrager aangebracht gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel