**1.** De raad van toezicht is bevoegd de stichting te ontbinden, doch niet eerder dan nadat voor dit besluit voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Minister is ontvangen.
**2.** Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in het tweede en het derde lid van het vorige artikel van overeenkomstige toepassing.
**3.** De stichting kan voorts worden ontbonden door de Minister, nadat de Minister het bestuur hierover heeft gehoord.
**4.** Voor zover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting.
**5.** De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een bestuurder worden verlangd.
**6.** Bij het besluit tot ontbinding wordt, als onderdeel hiervan, de bestemming van het overschot na vereffening vastgesteld, welk overschot wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling in de zin van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen met een soortgelijke doelstelling. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de Minister. Tevens wordt, in overleg met de Minister, een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting aangewezen.
**7.** Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.
**8.** Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder berusting van de in het ontbindingsbesluit aangewezen bewaarder. Deze persoon is gehouden binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht zijn aanwijzing alsook zijn naam en adres ter inschrijving op te geven aan het handelsregister.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Statuten Stichting Nederlands Fonds voor de Film 2022· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 29 november 2022