**1.** Het bestuur is belast met het besturen van de stichting en met het beheer van en de beschikking over het vermogen van de stichting binnen de grenzen van haar doel en binnen de grenzen van een door de raad van toezicht goed te keuren bestuursreglement en onverminderd het bepaalde in artikel 9. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
**2.** Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door (adhoc) adviseurs en filmconsulenten die door het bestuur worden benoemd en ontslagen. De adviseurs en filmconsulenten worden benoemd op basis van een profielschets.
**3.** Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.
**4.** Bestuurders doen aan de raad van toezicht opgaven van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee de betreffende bestuurder, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
**5.** Het bestuur stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:
een jaarlijkse begroting met toelichting;
een beleidsplan voor een periode van vier jaar, bedoeld in artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, of een zodanige periode als vastgesteld door de Minister;
een adequaat planning en controlesysteem;
eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de raad van toezicht te bepalen.
**6.** In geval van ontstentenis of belet van één bestuurder is de overblijvende bestuurder met het gehele bestuur belast
ln geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder wordt de stichting tijdelijk bestuurd door een lid van de raad van toezicht die daartoe door de raad van toezicht steeds moet zijn aangewezen, met dien verstande dat dit lid voor de betreffende periode geen deel uitmaakt van de raad van toezicht.
Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat
de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of
de bestuurder is geschorst.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Statuten Stichting Nederlands Fonds voor de Film 2022· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 29 november 2022