In overeenstemming met de aankondiging in het besluit ‘Intrekking van het CV/BV- Besluit en heroverweging van het Besluit IFZ 1997/204M’ van 3 december 2019, nr. 2019-200938 (Stcrt. 2019, 66196), is het besluit van 19 maart 1997, IFZ/204M, infobulletin 1997, 232, inmiddels heroverwogen.
Het besluit van 19 maart 1997, IFZ/204M, infobulletin 1997, 232 wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.
Het beleidsbesluit uit 1997 gaat over de toepassing van belastingverdragen bij betalingen die Nederland toerekent aan een hybride entiteit die in beginsel geen zelfstandig beroep zou kunnen doen op een vermindering van Nederlandse (bron)belasting op grond van het belastingverdrag. De entiteit wordt niet als inwoner voor het belastingverdrag aangemerkt doordat de andere verdragspartner deze als fiscaal transparant aanmerkt en het voor verdragsinwonerschap vereist is dat de entiteit als zodanig is onderworpen aan een belasting naar de winst.
Sinds publicatie van het zogenoemde Partnership Report van de OESO (1999)7The Application of the OECD Model Tax Convention to Partnerships, OESO (1999). is het verdragsbeleid van Nederland erop gericht om een hybride-entiteitenbepaling op te nemen in de Nederlandse belastingverdragen. Tevens heeft Nederland in het Multilateraal Instrument (MLI)8Multilateraal Verdrag ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving (Trb. 2017, 86, en Trb. 2017, 194). geopteerd voor de daarin opgenomen hybride-entiteitenbepaling.9Artikel 3 van het MLI. Nederland kent daardoor steeds meer belastingverdragen waarin hybride-entiteitenbepalingen doorwerken.
Vanwege de doorwerking van de hybride-entiteitenbepaling in de Nederlandse belastingverdragen, en vanwege de hybride-entiteitenbepalingen in de verschillende belastingwetten, bestaat er naar mijn oordeel geen zwaarwegende reden om het beleidsbesluit uit 1997 nog langer in stand te laten.
Artikel 3
Ingetrokken regeling
Onderdeel van Beleidsbesluit hybride-entiteitenbepalingen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 december 2022