Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Doelstelling en uitgangspunten

Onderdeel van Beleidskader bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken 2023· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 6 december 2022

Een goede opvang van ex-gedetineerden in de samenleving na de detentie vermindert de kans op recidive. Het JenV-beleid is daarom mede gericht op het ondersteunen en faciliteren van (ex-)gedetineerde burgers bij hun maatschappelijke re-integratie. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de ketenpartners van DJI. De motie Van der Staaij is daarom nog steeds een stimulans voor het huidige beleid. In aansluiting op de beleidskaders van voorgaande jaren is de doelstelling van dit beleidskader om trajecten op het terrein van wonen en werken voor ex-gedetineerden te stimuleren. Aan gemeenten wordt ruimte gegeven om te bepalen welke trajecten op het terrein van wonen en werken zij willen inzetten voor deze doelgroep. Uitgangspunt is de gemeentelijke beleidsautonomie: zij bepalen welke trajecten passen binnen het gemeentelijk nazorgbeleid. De gemeente kan het beste beoordelen welke trajecten noodzakelijk zijn voor ex-gedetineerde burgers die zich vestigen in de desbetreffende gemeente. Met dit beleidskader wordt aansluiting gezocht bij het gemeentelijke beleid op het terrein van nazorg voor ex-gedetineerden. Het doel is een integrale aanpak te bevorderen op de vijf basisvoorwaarden voor maatschappelijke re-integratie en nazorg: werk & inkomen, wonen, zorg, identiteitsbewijs en schuldhulpverlening. De motie Van der Staaij richt zich op trajecten voor begeleiding van ex-gedetineerden naar wonen en werken. Deze motie wordt zo opgevat dat zij een integrale aanpak op de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie stimuleert met als uiteindelijk doel dat een duurzame oplossing voor de ex-gedetineerde burger wordt bewerkstelligd op het terrein van wonen en werken. Dit betekent dat de trajecten niet uitsluitend betrekking behoeven te hebben op het terrein van wonen en werken. Het is onder andere mogelijk dat trajecten gericht zijn op andere basisvoorwaarden, bijvoorbeeld het al tijdens detentie verkrijgen van een identiteitsbewijs, schuldhulpverlening of trajecten die het sociale netwerk van de ex-gedetineerde versterken waardoor de kans van de ex-gedetineerde op een duurzame oplossing op het gebied van wonen en werken wordt verhoogd. Dit beleidskader neemt tot uitgangspunt dat gemeenten een cruciale rol spelen bij de nazorg voor ex-gedetineerde burgers. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat gemeenten samenwerking zoeken met maatschappelijke organisaties. Gemeenten kunnen een bijdrage aanvragen, ook met het oog op dergelijke samenwerking. Dit kan bijvoorbeeld binnen de regio van een Zorg- en Veiligheidshuis en/of met maatschappelijke organisaties. De Zorg- en Veiligheidshuizen waarin de partners in de strafrecht- en zorgketen samenwerken, kunnen op verzoek van de gemeenten een faciliterende rol op zich nemen bij het bieden van nazorg. De gemeente kan dat in haar aanvraag aangeven. Een ander uitgangspunt is om de administratieve lasten bij de verstrekking van de bijdrage zo laag mogelijk te houden. Het minimaal aan te vragen bijdragebedrag is € 5.000. Als gemeenten onder dit bedrag uitkomen, maar toch in aanmerking willen komen voor de bijdrage, zullen zij de samenwerking met andere gemeenten moeten opzoeken om in gezamenlijkheid met één gemeente als penvoerder een bijdrageaanvraag in te dienen.

Rechtspraak bij dit artikel