Naar hoofdinhoud

Artikel 6

E-learningeisen

Onderdeel van Raamwerk nascholingscursussen code 95 en ADR (1 januari 2023)· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023

In dit hoofdstuk staan de eisen waaraan een e-learning nascholingscursus en een e-learningsysteem moeten voldoen. De overige voorwaarden en eisen in dit raamwerk zijn ook van toepassing op nascholingscursussen met e-learning. e-learning: is een onderdeel van een nascholingscursus dat met digitale lesmiddelen is vormgegeven en door de cursist zelfstandig doorlopen kan worden. Het digitale lesmateriaal (content) wordt afwisselend aangeboden met o.a. tekst, beeld, animaties, audio, video, vragen, interacties en reflectie. e-learningsysteem/e-learningplatform: is een online leerplatform, waar lesmateriaal (content) op geplaatst wordt. systeemeigenaar/platformeigenaar: is de aanbieder van een e-learningsysteem. contentontwikkelaar: is degene die het lesmateriaal (content) heeft ontwikkeld. Dit kan een uitgever, opleider en/of systeemeigenaar zijn. opleider: een opleidingsinstituut dat erkend is door het CBR om gecertificeerde nascholingscursussen voor de code 95 uit te voeren. Een erkend opleidingsinstituut (opleider) mag een nascholingscursus met e-learning alleen uitvoeren indien: het e-learningsysteem is gecertificeerd door het CBR. het opleidingsplan vermeldt welk e-learningsysteem gebruikt wordt. het opleidingsplan met e-learning is gecertificeerd door het CBR. zowel de systeemeigenaar, de contentontwikkelaar en de opleider moeten zijn ingeschreven bij het CBR en beschikken over een registratienummer. Meer informatie over erkenning vindt u in hoofdstuk 3 van dit Raamwerk. Meer informatie over de stappen bij certificering van een e-learning opleidingsplan en de certificering van een e-learningsysteem vindt u op onze website. Een nascholingscursus met e-learning moet voldoen aan de volgende eisen: de cursus bestaat uit twee delen: deel 1 wordt altijd ingevuld met e-learning en deel 2 is altijd klassikaal/praktisch. de cursist moet eerst het e-learning gedeelte afronden, voordat hij/zij aan het klassikale/praktische gedeelte van de cursus mag meedoen. de combinatie van het e-learning gedeelte en het klassikale/praktische gedeelte moet binnen een periode van 10 kalenderdagen zijn afgerond. de omvang van het e-learning gedeelte is 4 uur en de omvang van het aansluitende klassikale/praktische dagdeel is 3 uur. van de 35 uur nascholing mag maximaal 12 uur uit e-learning bestaan. De cursist kan maximaal 3 cursussen met e-learning doen om maximaal 12 uur e-learning te registreren. het e-learning gedeelte is voltooid zodra de cursist alle hoofdstukken heeft doorlopen, de tussentoetsen en de eindtoets positief heeft afgelegd (zie ook 6.3.g). het klassikale/praktische gedeelte van de nascholingscursus begint altijd met een bespreking van de eindtoets over het bijbehorende e-learning gedeelte. De docent krijgt hiermee inzicht in het kennisniveau van de cursist(en). de combinatie van het e-learning gedeelte en het klassikale/praktische gedeelte levert 7 uur nascholing op. Een meerdaagse cursus wordt per dag uitgevoerd. Dit houdt in dat eerst de e-learning en het bijpassende klassikale/praktische gedeelte van dag 1 moet zijn afgerond, voordat gestart mag worden met de e-learning en het bijpassende klassikale/praktische gedeelte van dag 2, etc. Elke combinatie van e-learning + klassikale/praktische gedeelte die één dag vormt moet binnen een periode van 10 kalenderdagen zijn afgerond. De e-learning voldoet aan de volgende voorwaarden: de leerstof wordt afwisselend in gevarieerde vormen aangeboden. Naast tekst worden minimaal 4 andere vormen toegepast (beeld, animaties, audio, video, vragen, interacties en reflectie). de leerstof is begrijpelijk op B1-taalniveau. na elk hoofdstuk is er een ‘drempel’ waarin bestudeerde onderdelen tussentijds worden getoetst. De cursist kan pas door naar het volgende hoofdstuk, nadat hij/zij de tussentoets positief heeft afgerond. bij het fout beantwoorden van vragen in de tussentoets en eindtoets, kan de cursist het juiste antwoord raadplegen en ziet daarbij een toelichting. bij het niet behalen van de tussentoets of eindtoets, krijgt de cursist een nieuwe tussentoets of eindtoets waarbij de vragen en antwoorden minimaal in volgorde zijn verwisseld. bij het einde van het e-learning gedeelte volgt een eindtoets. De eindtoets bevat minimaal 20 vragen en gaat over alle hoofdstukken uit de nascholingscursus. De vragen van de eindtoets worden minimaal elk jaar ververst. voor het behalen van de eindtoets geldt dat minimaal 60% van de vragen goed beantwoord moet zijn. na afronding van het e-learning gedeelte met een positieve score op de eindtoets en een actieve tijdsduur van 4 uur, ontvangt de cursist per e-mail een e-learning certificaat (bewijs) van het voltooide e-learning gedeelte. de hoeveelheid digitaal lesmateriaal in het e-learning gedeelte is in verhouding tot de gemiddelde tijdsduur van 4 uur. De gemiddelde tijdsduur is de gemiddelde actieve tijd dat cursisten gemiddeld nodig hebben om het e-learning gedeelte volledig te doorlopen. De inactief-tijd wordt in de gemiddelde tijdsduur niet mee berekend. Het is niet mogelijk om onderdelen van de leerstof over te slaan of versneld te doorlopen. voordat het opleidingsplan met e-learning aangeboden wordt aan het CBR ter certificering, is de gemiddelde tijdsduur (artikel 6.4.a) vooraf getest. Dit kan door het berekenen van tijdsduur gerelateerd aan aantal woorden, gemiddelde leessnelheid en mediaminuten. In het opleidingsplan wordt per hoofdstuk de onderbouwing van tijdsduur aangegeven. nadat het opleidingsplan met e-learning is gecertificeerd en wordt uitgevoerd, wordt de gemiddelde tijdsduur van cursisten gemonitord. Indien de gemiddelde actieve tijdsduur onder de 4 uur blijkt, kan optioneel verdiepend lesmateriaal toegevoegd worden voor de snellere cursist, passend bij de gestelde leerdoelen van de cursus. De systeemeigenaar is verantwoordelijk voor de functionaliteiten van het e-learningsysteem. Bovengenoemde eisen aan de e-learning (artikel 6.2 en 6.3 en 6.4) moeten minimaal vertaald worden naar functionaliteiten in het systeem. Daarnaast bevat het e-learningsysteem: Ondersteunende functies voor de cursist Het e-learningsysteem biedt: een helpdeskfunctie, waar cursisten vragen kunnen stellen. een duidelijke en gebruiksvriendelijke navigatiestructuur met eenvoudige instructies, waardoor de cursist probleemloos door de hoofdstukken navigeert. een overzicht van de doorlopen hoofdstukken, zodat de cursist steeds inzicht heeft in wat er nog gedaan moet worden en de mogelijkheid voor de cursist om leeractiviteiten te pauzeren en op een later moment te hervatten. de mogelijkheid tot contact en interactie tussen de cursist en de begeleidende docent (op afstand), door middel van een leerling-volg-systeem. Hiermee kan de docent de voortgang van de cursist in de gaten houden. En de cursist kan bij problemen met het verwerken van de leerstof een beroep doen op ondersteuning van de docent. de mogelijkheid om na afloop van de cursus het e-learning certificaat (bewijs) te downloaden. Op het certificaat staat ook het resultaat van de eindtoets (procent). Ondersteunende functies voor de docent De volgende zaken zijn voor de docent/opleider via het systeem inzichtelijk: bestede studie-uren (totaal en per hoofdstuk), per cursist en per cursistengroep. beantwoorde vragen/onderwerpen op de eindtoets per cursist bij eerste keer invullen. beantwoorde vragen/onderwerpen op de eindtoets per cursistengroep bij eerste keer invullen. niet afgeronde hoofdstukken. De docent kan per cursistengroep een docentrapportage downloaden om mee te nemen naar het klassikale/praktijkgedeelte van de nascholingscursus. Veiligheidsmaatregelen en borging Om juist gebruik te borgen, bevat het e-learning systeem de volgende functies: iedere cursist heeft toegang tot het e-learningsysteem via unieke inloggegevens (inlogcode of gebruikersnaam en wachtwoord). Bij voorkeur wordt de gebruikersidentificatie ingericht via multi-factor authenticatie met sms-code of IDIN. op 1 apparaat kan met 1 e-learning-account ingelogd worden (dus niet met meerdere accounts tegelijkertijd op 1 apparaat). Een e-learning account kan op 1 apparaat worden ingelogd, zodra een cursist overschakelt naar een ander apparaat, wordt het account uitgelogd op het andere apparaat (dus niet gelijktijdig meerdere e-learnings volgen door 1 account op verschillende apparaten). een borging dat de cursist actief is tijdens het doorlopen van de e-learning. Het systeem waarschuwt de cursist na 10 minuten dat er geen activiteit plaatsvindt, na 15 minuten inactief-tijd wordt de cursist automatisch uitgelogd. De inactief-tijd wordt niet mee berekend in het totaal besteed aantal actieve uren. het systeem stuurt geautomatiseerde berichten naar de cursist en de docent over toegang tot het e-learningsysteem en herinneringen over de tijdstermijn van 10 kalenderdagen. het systeem verstuurt een bevestiging van deelname naar de cursist (het e-learning certificaat), nadat de actieve tijdsduur van 4 uur is verstreken en nadat de eindtoets met een positieve score van minimaal 60% is afgerond. Er wordt geen e-learning certificaat gegenereerd indien de cursist niet aan de gestelde eisen voldoet. Dit onderdeel wordt nader ingevuld na zorgvuldige afstemming met betrokken systeemeigenaren. De systeemeigenaar van het e-learning systeem zorgt ervoor dat: het e-learning systeem 24 uur per dag operationeel is. het e-learning systeem 99,8% van de tijd beschikbaar is. er duidelijk en tijdig gecommuniceerd wordt als het systeem niet beschikbaar is wegens onderhoud. systeemvernieuwingen geen negatieve invloed hebben op loggegevens en reeds doorlopen activiteiten van cursisten. het systeem te alle tijden voldoet aan de voorwaarden en eisen van het Raamwerk. Wijzigingen die invloed hebben op de functionaliteiten in het systeem moeten aan het CBR worden gemeld. De opleider, die e-learning inzet bij de nascholing, waarborgt dat: de systeemeigenaar noodzakelijke rapportages en specifieke gegevens over de nascholingscursussen en cursistengroepen, die door het CBR worden opgevraagd, beschikbaar stelt. de gegevens voor het CBR (zie artikel 6.8.c) 24 maanden na de klassikale/praktische cursusdag op een beveiligde manier worden bewaard. vragen van cursisten, die digitaal gesteld worden bij de helpdeskfunctie of in de leeromgeving op werkdagen binnen 24 uur worden beantwoord. docenten kennis hebben van het digitale lesmateriaal en voorbereid deel 2 (klassikaal/praktische deel) van de nascholingscursus uitvoeren. Voor de bespreking van de eindtoets in deel 2 kunnen docenten de docentenrapportage raadplegen. De cursist ontvangt via e-mail een bewijs van het voltooien van het e-learning gedeelte (e-learning certificaat). Op dit e-learning certificaat staat vermeld: Naam cursist <conform ID> + geboortedatum. Naam cursus + cursuscode. Naam opleider. Start datum en einddatum cursus (binnen 10 kalenderdagen) en voltooid datum. Doorlooptijd cursus (besteed aantal actieve uren). Resultaat eindtoets (score: procent). De cursist neemt het e-learning certificaat mee naar het klassikale/praktische deel van de nascholingscursus. Dit mag ook digitaal. De docent heeft in het e-learningsysteem een docentrapportage beschikbaar van de nascholingscursus per cursistengroep. De docentenrapportage geeft de docent inzicht in de resultaten van de eindtoets van de cursistengroep. Hiermee kan de docent voorbereid de eindtoets bespreken in het klassikale/praktische gedeelte van de nascholingscursus (zie ook 6.2.g). De docentrapportage bevat de volgende gegevens: Naam opleidingsinstituut <conform KvK>. Naam systeemeigenaar e-learning systeem. Naam nascholingscursus met e-learning + cursuscode. Naam/namen cursist(en) <conform ID>. Per cursist: doorlooptijd cursus (besteed aantal actieve uren). startdatum en einddatum cursus (binnen 10 kalenderdagen) en voltooid datum, voltooid tijdstip. resultaat eindtoets (score: procent). beantwoorde vragen op de eindtoets per cursist bij eerste keer invullen. Per cursistengroep: resultaat eindtoets alle cursisten bij eerste keer invullen samenvatting beantwoorde vragen op de eindtoets alle cursisten (bij eerste keer invullen). De docent neemt de docentrapportage mee naar het klassikale/praktische deel van de nascholingscursus. Dit mag ook digitaal. De opleider waarborgt dat, al dan niet via de systeemeigenaar, het CBR actueel (online) beschikking heeft tot de volgende rapportages: Welke cursussen (productnaam + cursuscode) door de opleider zijn verzorgd. Wie hebben deelgenomen aan de cursussen (naam cursist <conform ID>). Wat de logtijden zijn van de cursisten (startdatum + einddatum + voltooid datum + voltooid tijdstip). Wat het besteed aantal actieve uren is van de cursist bij de cursus (per hoofdstuk en totaal). Wat het resultaat is van de eindtoets (score: procent). Het CBR is bevoegd om te allen tijde rapportages op te vragen bij de opleider en bij de systeemeigenaar. De door het CBR opgevraagde gegevens moeten uiterlijk binnen 5 werkdagen worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel