Als fiscaal vertegenwoordiger kan iedere ondernemer optreden die in Nederland woont of is gevestigd, als hij voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld in artikel 24c, derde tot en met vijfde lid, van het uitvoeringsbesluit. Vaste inrichtingen van buitenlandse ondernemers kunnen niet als fiscaal vertegenwoordiger optreden. Aan een fiscaal vertegenwoordiger kan een algemene vergunning of een beperkte vergunning worden verleend (artikel 24c, vierde en vijfde lid van het uitvoeringsbesluit). Een belangrijk onderscheid tussen de algemene vergunning en de beperkte vergunning doet zich voor ter zake van de registratie voor btw-doeleinden. Als een buitenlandse ondernemer een AFV aanstelt moet de buitenlandse ondernemer zelf ook in Nederland zijn geregistreerd. Als de buitenlandse ondernemer daarentegen in Nederland uitsluitend prestaties verricht met inschakeling van een BFV, hoeft hij zelf niet voor btw-doeleinden in Nederland te zijn geregistreerd.
Hierna worden de twee soorten vergunningen besproken.
De AFV treedt op namens de buitenlandse ondernemer voor alle leveringen en diensten waarover de buitenlandse ondernemer btw is verschuldigd, inclusief intracommunautaire verwervingen en invoer. Enkel de handelingen waarvoor de buitenlandse ondernemer een BFV heeft aangesteld zijn uitgezonderd (artikel 24c, vierde lid, onderdeel a, van het uitvoeringsbesluit). De buitenlandse ondernemer kan slechts van de diensten van één AFV gebruik maken. De buitenlandse ondernemer is of wordt zelf in Nederland voor btw-doeleinden geregistreerd bij de Belastingdienst/Kantoor Buitenland te Heerlen.
Een buitenlandse ondernemer is verplicht om een AFV aan te stellen voor de in artikel 24d, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit beschreven situatie. Het gaat om het geval dat de buitenlandse ondernemer in Nederland btw is verschuldigd voor het verrichten van intracommunautaire afstandsverkopen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, van de wet. Deze verplichting geldt alleen als:
het hoofdkantoor of de vestiging van de buitenlandse ondernemer zich bevindt in een derde-land1Als gedefinieerd in artikel 2a, lid 1, onderdeel d, ten eerste van de wet., waarmee geen rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand als bedoeld in artikel 204, lid 1, tweede alinea, van de btw-richtlijn, en
de buitenlandse ondernemer geen gebruik maakt van de Unieregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3, van de wet, om zijn intracommunautaire afstandsverkopen aan te geven.
Ook is een buitenlandse ondernemer verplicht om een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen voor de in artikel 24d, tweede lid, van het uitvoeringsbesluit beschreven situatie. De buitenlandse ondernemer heeft hierbij de keuze tussen een AFV of een BFV. Het gaat hier om de levering van goederen aan de buitenlandse ondernemer die valt onder de bijzondere bepaling van post a.7 of post a.8 van Tabel II van de wet en de levering die volgt op laatstbedoelde levering.
De AFV kan verzoeken om een vergunning als bedoeld in artikel 23 van de wet voor de buitenlandse ondernemer. De AFV moet voor iedere buitenlandse ondernemer afzonderlijk een dergelijke artikel 23-vergunning aanvragen. De artikel 23-vergunning wordt gekoppeld aan het (Nederlandse) btw-identificatienummer van de buitenlandse ondernemer.
De BFV treedt namens de buitenlandse ondernemer op voor een beperkt aantal handelingen. Deze handelingen worden opgesomd in artikel 24c, vijfde lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 6°, van het uitvoeringsbesluit. Als een buitenlandse ondernemer gebruik maakt van een BFV hoeft de buitenlandse ondernemer zich voor die handelingen niet apart voor btw-doeleinden te laten registreren in Nederland.
De BFV treedt voor de buitenlandse ondernemer opvoor zowel de invoer van goederen als de daarop volgende levering van die goederen (artikel 24c, vijfde lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, van het uitvoeringsbesluit). Het is mogelijk dat een buitenlandse ondernemer voor zijn handelingen gebruik maakt van de diensten van meer dan één BFV. Voor de invoer en de opvolgende levering van dezelfde partij goederen (een ‘goederenstroom’) moet de buitenlandse ondernemer wel gebruik maken van dezelfde BFV, zodat in diens administratie de goederenstroom kan worden gevolgd.
De buitenlandse ondernemer kan geen BFV inschakelen voor de op invoer volgende levering die een afstandsverkoop vormt als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel a van de wet (artikel 24c, vijfde lid, onderdeel a, onder 2°, van het uitvoeringsbesluit). Als een buitenlandse ondernemer in die situatie in aanmerking wil komen voor toepassing van de verleggingsregeling bedoeld in artikel 23 van de wet, dan zal hij daarvoor een AFV moeten aanstellen.
Een buitenlandse ondernemer kan verder gebruik maken van een BFV voor de handelingen genoemd in artikel 24c, vijfde lid, onderdeel a, onder 3° t/m 6°, van het uitvoeringsbesluit. Als de verkrijging en de levering van de goederen elkaar opvolgen, moet de buitenlandse ondernemer gebruik maken van dezelfde BFV, zodat in diens administratie de goederenstroom kan worden gevolgd.
De BFV kan verzoeken om een vergunning als bedoeld in artikel 23 van de wet De BFV kan deze vergunning toepassen voor alle buitenlandse ondernemers waarvoor hij optreedt. De artikel 23-vergunning wordt gekoppeld aan het btw-identificatienummer van de BFV waaronder de BFV btw-aangifte doet voor alle buitenlandse ondernemers waarvoor hij optreedt (meestal een B02-nummer, zie ook onderdeel 4.4).
Artikel 2
Fiscaal vertegenwoordiging
Onderdeel van Omzetbelasting, fiscaal vertegenwoordiging· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023