Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;
de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000;
er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
de verklaring van aanvrager ontbreekt dat de projectactiviteiten niet uit reguliere geldstromen ten behoeve van het onderwijs kunnen worden gedekt; of
de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.4
Artikel 2.4.10
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling JTF 2021–2027· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 24 februari 2023