Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Titel 4.3

Artikel 4.3.8

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Subsidieregeling JTF 2021–2027· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 25 juli 2023

1. De subsidie wordt verleend op basis van een door de subsidieaanvrager ingediende ontwerpbegroting als bedoeld in artikel 53, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de GB-verordening. 2. In afwijking van artikel 1.11 zijn de in de ontwerpbegroting op te nemen subsidiabele kosten waarvoor de scholingsvoucher kan worden ingezet de opleidingskosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, van de natuurlijk persoon. 3. Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet in aanmerking als subsidiabele kosten: reis- en verblijfskosten; kosten voor voedsel en drank; en kosten voor opleidingen van natuurlijke personen die ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet hebben bereikt en: de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel