**1.** Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van onderwijsinstellingen gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 155 en 169 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 123 en 129 van de Wet primair onderwijs BES, de artikelen 133 en 145, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 5.49, tweede lid, en 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 2.5.9, tweede lid, en 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 2.9, derde lid, en 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de artikelen 2.3.11, tweede lid, en 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen en de artikelen 4:46, 4:48, 4:49, 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht.
**2.** Deze beleidsregel regelt in aanvulling op het eerste lid de wijze waarop de Minister ten aanzien van samenwerkingsverbanden gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen en de artikelen 4:46, 4:48, 4:49, 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2
Doel
Onderdeel van Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen 2022· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025