Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Afdeling 6.1 › § 6.1.3

Artikel 6.15

Artikel 6.15

Onderdeel van Regeling tarieven transportsectoren· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van de Wet bemanning zeeschepen, zijn de volgende tarieven verschuldigd: € 150 voor elk vaarbevoegdheidsbewijs of een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarop ten minste één van de volgende functies voorkomt: kapitein; eerste stuurman; wachtstuurman; hoofdwerktuigkundige; tweede werktuigkundige; wachtwerktuigkundige; eerste maritiem officier; maritiem officier; officier elektrotechniek; schipper zeevisvaart; plaatsvervangend schipper zeevisvaart; stuurman-werktuigkundige zeevisvaart; of radiooperator; € 100 voor elk vaarbevoegdheidsbewijs of duplicaat van een vaarbevoegdheidsbewijs waarop geen van de in onderdeel a genoemde functies voorkomt. € 151 voor een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet bemanning zeeschepen. 2. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing van de verplichting om in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van de Wet bemanning zeeschepen, is een tarief verschuldigd van € 206. 3. Voor de afgifte van een erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet bemanning zeeschepen is een tarief verschuldigd van € 154.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel