De richtlijn bevat de meest voorkomende varianten van kindermishandeling. Omdat kindermishandelingszaken een grote variëteit kennen, blijft maatwerk geboden. Deze richtlijn kent een eigen recidiveregeling.
Kindermishandelingszaken met een zedenaspect vallen buiten de reikwijdte van deze richtlijn. Voor zaken met een zedenaspect wordt verwezen naar de Richtlijn voor strafvordering seksueel misbruik minderjarigen.
Voor overige kindermishandelingszaken dient wel de onderhavige richtlijn te worden gebruikt.
Bij het bepalen van de strafmaat moet als uitgangspunt de bescherming van kinderen gelden. Het geweld jegens een of meer kinderen moet zo snel mogelijk stoppen. Dat betekent dat rekening moet worden gehouden en overleg moet worden gevoerd met de hulpverlening die aan het gezinssysteem wordt aangeboden. Er vindt bij het bepalen van de strafmaat afstemming plaats met ketenpartners als Veilig Thuis, de Reclasseringen de Raad voor de Kinderbescherming. Waar mogelijk zorgt de straf voor een aanvulling op eventuele parallelle civielrechtelijke beslissingen.
Daarnaast mag bij het bepalen van de strafmaat niet uit het oog worden verloren dat het Openbaar Ministerie een belangrijke normstellende rol heeft. En ook het aspect van vergelding moet voldoende doorklinken in de strafmaat. Het is van belang dat in de strafeis doorklinkt dat wat het kind is aangedaan strafbaar is en in deze samenleving niet wordt geaccepteerd. Deze normering en de bestraffing van de dader kan het kind onder meer helpen bij het herstel van de psychische schade.
Dit gegeven brengt de volgende uitgangspunten met zich mee:
Kindermishandelingszaken moeten in beginsel voor de rechter worden gebracht.
Een beleidssepot is in kindermishandelingszaken in beginsel niet toegestaan nu het geen recht doet aan de aard en de ernst van het strafbare feit.
Een geldboete is in beginsel evenmin toegestaan nu dit evenmin recht doet aan de aard en ernst van het feit. Daarnaast raakt een geldboete in veel gevallen de gezinsfinanciën en daarmee de leefsituatie van het kind.
Een kale taakstraf is in beginsel geen goede afdoening. Kindermishandeling staat zelden op zichzelf en met een kale taakstraf wordt de onderliggende problematiek niet aangepakt.
Bij kindermishandelingszaken is vaak sprake van achterliggende (agressie)problematiek. In de strafeis wordt zoveel mogelijk een voorwaardelijk strafdeel opgenomen, teneinde de verdachte in een gedwongen kader aan de achterliggende problematiek te laten werken en/of het kind te beschermen. Hiermee kan de inzet van of door instanties als Veilig Thuis, de Reclassering of de Raad voor de Kinderbescherming worden ondersteund.
Als bijzondere voorwaarde (14c Sr) kan gedacht worden aan:
gedwongen behandeling
meldplicht bij de reclassering
het volgen van een erkende gedragsinterventie of training
een verbod op het gebruik van alcohol en/of drugs, en/of
een contact- en/of een locatieverbod, al dan niet ondersteund door elektronisch toezicht
Ook kan als bijzondere voorwaarde een verbod om met kinderen te werken worden opgenomen (bijvoorbeeld bij een leid(st)er van een kinderdagverblijf) (14c lid 2 sub 14 Sr). Als sprake is van (zware) mishandeling gepleegd met voorbedachten rade gepleegd in een beroep, kan ook worden gedacht aan ontzetting van de uitoefening van dat beroep (art. 301, 303 en 305 Sr).
Het is mogelijk een langere proeftijd te vragen als er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (artikel 14b lid 2 Sr). Dit speelt met name in zwaardere kindermishandelingszaken, als er andere kinderen aanwezig zijn en vanwege de mogelijkheid dat er nieuwe kinderen worden geboren.
Denk aan de mogelijkheid van het vragen van dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden of van vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 14e/38v Sr). Een contactverbod of locatieverbod/gebod kan bijvoorbeeld ook als een vrijheidsbeperkende maatregel geëist worden. Dit heeft ook de voorkeur, zodat bij overtreding van het contact/locatieverbod de verplichte hulpverlening kan worden voortgezet.
Vergeet verder niet de mogelijkheden van 38z Sr bij zwaardere delicten (bij veroordeling tot gevangenisstraf wegens een misdrijf waarop 4 jaar of meer gevangenisstraf is gesteld) of bij terbeschikkingstelling.
Ten slotte, gelet op het feit dat kindermishandeling en (zware) psychische problematiek vaak samen gaan is het goed om vooraf goed na te denken over de mogelijkheid terbeschikkingstelling met dwangverpleging dan wel met voorwaarden.
Psychische (kinder)mishandeling kent geen aparte strafbaarstelling in Nederland. Vervolging is wél mogelijk, op basis van de artikelen 284, 285, 285b en 300 Sr. De beoordelaar bekijkt of één of meer van deze strafbepalingen van toepassing zijn op een specifieke casus.1Voor verdieping kan gekeken worden naar dit rapport: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/03/tk-bijlage-naar-een-aparte-strafbaarstelling-van-psychisch-geweld-voor-en-tegenargumenten
Denk bij bijvoorbeeld opsluiting van een kind ook aan wederrechtelijke vrijheidsbeneming (282 Sr) of dwang (284 Sr).
first offender
1x recidive*
Mishandeling/ psychische mishandeling (zoals opsluiting/vernedering/
verwaarlozing/ blootstelling
aan partnergeweld)
art. 300, 304 Sr
Geen letsel
Slaan/stevig vastpakken
Bij keel pakken en kort
dichtknijpen
(eis) TS 40 uur
(evt deels vw)
(eis) TS 80 uur (evt deels vw)
TS 60 uur + GS 1 mnd
(evt deels vw)
TS 120 uur + GS 1 mnd
(evt deels vw)
Licht letsel
Blauwe plekken/
schaafwonden
(eis) TS 60 uur (evt deels vw)
TS 80 uur + 1 mnd GS
(evt deels vw)
Zwaarder letsel
Slaan met (hard) voorwerp/
psychische mishandeling
Ernst/duur/frequentie van de
psychische mishandeling
strafmaat verhogend.
TS 120 uur + GS 2 mnd
(evt deels vw)
GS vanaf 3 mnd
(evt deels vw)
Poging zware mishandeling
art. 302/45 Sr
Geen wapen
Geen letsel
GS vanaf 10 wkn
(evt deels vw)
GS vanaf 12 wkn
(evt deels vw)
Licht letsel
GS vanaf 12 wkn
(evt. deels vw)
GS vanaf 16 wkn
(evt. deels vw)
Zwaarder letsel
GS vanaf 15 wkn
(evt. deels vw)
GS vanaf 4 mnd
(evt. deels vw)
Slag/stootwapen
Steekwapen = + 4 wkn GS
Geen letsel
GS vanaf 12 wkn
(evt. deels vw)
GS vanaf 5 mnd
(evt. deels vw)
Licht letsel
GS vanaf 15 weken
(evt. deels vw)
GS vanaf 5 mnd
(evt. deels vw)
Zwaarder letsel
GS vanaf 4 mnd
(evt deels vw)
GS vanaf 6 mnd
(evt. deels vw)
Zware mishandeling
art. 302 Sr
Stompen tegen hoofd en/of
schoppen tegen lichaam/
ergens af of in duwen
Voor AHT** zie strafmaat
poging doodslag
Blijvende invaliditeit
(bij kinderen soms lastig vast
te stellen. Prognose waar
mogelijk meewegen in
strafmaat)
GS 8 – 24 mnd
(evt. deels vw)
24 – 40 mnd
(evt. deels vw)
maatwerk
Gooien, slaan met voorwerp, brandwonden/littekens door
bijtende stof/toedienen drugs/
steken met mes of
vergelijkbaar voorwerp/
slagwapen op hoofd
Blijvende invaliditeit
(bij kinderen soms lastig vast
te stellen. Prognose waar
mogelijk meewegen in
strafmaat)
GS 16 – 30 mnd
(evt deels vw)
GS 36 mnd – tot 5 jaar
(indien oogmerk tot
verminking hoger dan 5 jaar)
(evt deels vw)
maatwerk
Poging doodslag (ook AHT**)
art. 287/45 Sr
GS 4 – 8 jaar
(evt deels vw)
maatwerk
Doodslag/moord (ook AHT**)
art. 287, 289 Sr
GS 8 – 12 jaar
maatwerk
Verlaten van hulp-
behoevende
art. 255 Sr
Bij niet ingrijpen bij mishandeling/(poging) zware mishandeling/poging doodslag
of doodslag en/of PCF of
kindermoord gepleegd door een ander/partner.
Ernst/duur/frequentie van de mishandeling strafmaat
verhogend.***
TS vanaf 200 uur +
GS 6 mnd vw
GS vanaf 5 mnd
(evt. deels vw)
Kinderdoodslag/kindermoord
art. 290/291 Sr
GS 15 – 48 mnd
(evt. deels vw)
maatwerk
PCF – Pediatric Condition Falsification (Münchausen
by Proxy) en/of opzettelijk
benadelen van de gezondheid
(vanaf duur half jaar)
GS 15 – 48 mnd
(evt. deels vw)
maatwerk
Bijzonderheden
*Let op het taakstrafverbod van art. 22b Sr. En zie hieronder bij strafverzwarend.
In de strafmaten is er vanuit gegaan dat aan het voorwaardelijke deel een reclasseringstoezicht of gedwongen behandeling wordt gekoppeld. Werkt de verdachte niet mee aan rapportage of wordt toezicht geweigerd, dan dient dit te leiden tot verhoging van het onvoorwaardelijke strafdeel. Indien het toezicht ook het volgen van een training inhoudt die een aanzienlijk aantal uren in beslag zal nemen, dan kan hiermee in het voordeel van verdachte rekening worden gehouden in het te eisen onvoorwaardelijke deel van de straf.
Strafverzwarend onder andere:
In vereniging gepleegd (medeplegen)
Lange duur/hoge frequentie
Meerdere slachtoffers
Geweld tijdens/na kinderontvoering
Meermalen recidive
(Ernstige) recidive
Strafverminderend onder andere:
Actief hulp gezocht of aanvaard
Niet straf verlagend mag zijn het feit dat kinderen onder toezicht zijn gesteld of zelfs uit huis zijn geplaatst. Hetzelfde geldt voor een bestuursrechtelijk opgelegd tijdelijk huisverbod. Deze civielrechtelijke maatregelen zijn genomen ter bescherming van het kind en staan los van de strafzaak.
** AHT is een afkorting voor Abusive Head Trauma, de medische term voor hoofd- en netletsel bij kinderen door fysieke kindermishandeling. Hieronder wordt ook het Shaken baby syndrome gerekend.
*** richtlijn met name bedoeld voor in de steek laten van kinderen die zwaar of langdurig worden mishandeld. 255 Sr bij één enkele mishandeling zal minder snel voorkomen omdat aangetoond moet worden dat verdachte op de hoogte was en desondanks naliet om het kind te beschermen.
Legenda
Afkortingen
GS = gevangenisstraf
TS = taakstraf
wkn = weken
mnd = maanden
vw = voorwaardelijk
Voor een toelichting op de onderstreepte begrippen zie de Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen.