**1.** Uit de te onderzoeken partij van een bouwstof worden aselect ten minste twaalf grepen genomen, die om beurten over ten minste twee te onderzoeken mengmonsters van een gelijk aantal grepen worden verdeeld volgens de toepasselijke werkwijzen die daarvoor zijn beschreven in SIKB-protocol 1002 en SIKB-protocol 1003.
**2.** Ingeval de bouwstof blijkens een verkennend onderzoek als bedoeld in NEN 5897 verdacht is op de aanwezigheid van asbest worden voor het onderzoek naar asbest aanvullend mengmonsters overeenkomstig NEN 5897 genomen.
**3.** De volgens het eerste en tweede lid verkregen mengmonsters worden voorbehandeld met toepassing van de technieken die zijn beschreven in AP 04.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VII van het
Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (Stb. 2021/98) in werking treedt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.4
(monsterneming en voorbehandeling)
Onderdeel van Regeling bodemkwaliteit 2022· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024