**1.** Als de wens bestaat om in de verklaring op grond van een bodemonderzoek te vermelden dat een partij grond of baggerspecie die uit de onderzochte bodemlocatie wordt ontgraven, een specifieke kwaliteit bezit, worden de resultaten van het onderzoek naar de concentraties en emissies van de onderzochte stoffen die in bijlage B zijn vermeld, getoetst volgens dit artikel, de toetsingsregels die zijn opgenomen in de op de specifieke kwaliteit toepasselijke tabel van bijlage B en, wanneer zich een in dat onderdeel omschreven situatie voordoet, onderdeel I van bijlage G.
**2.** De toetsing vindt plaats op grond van de concentratie van elk van de onderzochte stoffen die het rekenkundig gemiddelde is van de volgens artikel 5.23 omgerekende concentraties van de stof die in alle onderzochte mengmonsters zijn bepaald.
**3.** Voor asbest wordt de hoogst gemeten concentratie in plaats van het rekenkundig gemiddelde gehanteerd wanneer de concentraties in de mengmonsters niet binnen de ondergrens en bovengrens van elkaars betrouwbaarheidsintervallen vallen.
**4.** De rekenkundig gemiddelde concentratie of emissie van een stof wordt getoetst aan de kwaliteitseis die voor de stof in de tabel die betrekking heeft op de in de verklaring op grond van een bodemonderzoek te vermelden specifieke kwaliteit, is opgenomen in de tabellen 3a tot en met 3e van bijlage B en voor tarragrond, voor zover van toepassing, aan de kwaliteitseis die is aangegeven in tabel 1 van bijlage B.
**5.** Een partij grond of baggerspecie bezit een specifieke kwaliteit wanneer de concentraties of emissies van alle onderzochte stoffen voldoen aan de voor de specifieke kwaliteit geldende kwaliteitseisen.
**6.** In een geval als bedoeld in artikel 5.19, vijfde lid, aanhef en onder b, bezit een partij baggerspecie de specifieke kwaliteit ‘voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie’, als de conclusie in het rapport bedoeld in artikel 5.20, derde lid, luidt dat er geen indicaties bestaan dat de baggerspecie niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor de kwaliteit ‘voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie’ of dat sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 5.21, vierde lid, onder c.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VII van het
Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (Stb. 2021/98) in werking treedt.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.26
(toetsing specifieke kwaliteit)
Onderdeel van Regeling bodemkwaliteit 2022· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024