**1.** De kandidaat moet de Nederlandse taal voldoende vaardig zijn.
**2.** De Nederlandse taalvaardigheid van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van diens hoogst genoten en afgeronde Nederlandse opleiding of een Nederlandse taaltoets.
**3.** Indien de kandidaat aspirant en de kandidaat vrijwilliger-aspirant tenminste een diploma heeft dat toegang geeft tot een politieopleiding op het kwalificatieniveau NLQF 5, NLQF 6 of NLQF 7 wordt de taalvaardigheid zonder meer als voldoende beoordeeld, tenzij het een buitenlands diploma betreft.
**4.** Indien de kandidaat ambtenaar in opleiding of de kandidaat vrijwillige ambtenaar in opleiding na het voltooien van de politieopleiding wordt geplaatst in een functie waarvoor een hbo of wo werk- en denkniveau geldt wordt de taalvaardigheid zonder meer als voldoende beoordeeld, tenzij het werk- en denkniveau van de kandidaat, bedoeld in artikel 5, enkel berust op een buitenlands diploma.
**5.** In andere gevallen wordt de taalvaardigheid beoordeeld aan de hand van een Nederlandse taaltoets, waarbij de kandidaat aan taalvaardigheidsniveau B1 dient te voldoen.
**6.** Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de Nederlandse taaltoets die gehanteerd wordt:
gangbaar is om het Nederlandse taalniveau van studenten vast te stellen in het Nederlandse onderwijs;
gebruik maakt van de objectieve criteria van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader en de vereiste taalvaardigheidsniveaus in de termen van dat kader worden uitgedrukt;
onder toezicht wordt afgenomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Taalvaardigheid
Onderdeel van Regeling aanstellingseisen politie 2023· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 31 januari 2023