Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Raad van toezicht

Onderdeel van Statuten Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 6 februari 2023

1. De stichting heeft een Raad van Toezicht, bestaande uit ten minste drie (3) en ten hoogste zeven (7) natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 2. De Raad van Toezicht stelt, in overleg met de Minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de Raad van Toezicht. Deze profielschets vermeldt dat geen voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de Raad van Toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de Raad van Toezicht, maar in ieder geval wanneer een vacature dient te worden vervuld. 3. Leden van de Raad van Toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de Minister, geen bestuurder zijn van de stichting dan wel bestuurder zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De Minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de Minister vast te stellen periode. 4. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting. 5. De Minister stelt het aantal leden van de Raad van Toezicht vast. Een lid van de Raad van Toezicht wordt, met inachtneming van de profielschets, op voordracht van de Raad van Toezicht, door de Minister benoemd. De voorzitter van de Raad van Toezicht wordt in functie benoemd. Leden van de Raad van Toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Minister. 6. Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd voor ten hoogste vier (4) jaren en kan maximaal één (1) maal worden herbenoemd. 7. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht van een lid van de Raad van Toezicht eindigt: door zijn aftreden, al dan niet wegens het verlopen van de periode waarvoor hij is benoemd; door schriftelijke ontslagneming (bedanken); door zijn overlijden; doordat hij failliet wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard; door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest; doordat hij werknemer wordt van de stichting; behoudens ontheffing door de Minister, door het aanvaarden van een benoeming tot bestuur- der van de stichting dan wel het aanvaarden van een functie van bestuurder van of het aangaan van het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan van een instelling die eenzelfde of gelijksoortig doel heeft als de stichting; bij ontslag verleend door de Minister. 8. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overblijvende leden van de Raad van Toezicht met het toezicht belast. In het geval alle leden van de Raad van Toezicht komen te ontbreken is het bestuur gehouden om binnen drie maanden nadat alle leden van de Raad van Toezicht zijn komen te ontbreken de Minister te verzoeken één nieuw lid van de Raad van Toezicht te benoemen. Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat het lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken. 1. De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. Hij staat het bestuur met raad terzijde. Bij de invulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting. 2. Het bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens. 3. De Raad van Toezicht kan zich in het kader van zijn toezichthoudende taak laten bijstaan door één (1) of meer deskundigen en/of een bezoldigd secretaris conform het Reglement Raad van Toezicht. De kosten van dergelijke bijstand zijn voor rekening van de stichting. 4. De Raad van Toezicht kan bepalen dat één (1) of meer van zijn leden en/of deskundigen toegang hebben tot het kantoor van de stichting en dat deze personen bevoegd zijn de boeken en bescheiden van de stichting in te zien. 5. De leden van de Raad van Toezicht doen opgave van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen aan de andere leden van de Raad van Toezicht. Indien en voor zover hier sprake van is, dient een lid van de Raad van Toezicht aan de andere leden van de Raad van Toezicht melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarbij het betreffende lid direct dan wel indirect persoonlijk is betrokken. 6. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij ontvangen wel een vergadervergoeding (vacatiegeld), welke wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht. 1. De Minister benoemt de voorzitter van de Raad van Toezicht. 2. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een vicevoorzitter. De taken van de vicevoorzitter worden geregeld in het reglement van de Raad van Toezicht. 1. De Raad van Toezicht vergadert zo dikwijls als het bestuur of de voorzitter van de Raad van Toezicht een vergadering van de Raad van Toezicht bijeenroepen, doch ten minste vier (4) maal per jaar. 2. De vergaderingen van de Raad van Toezicht worden geleid door de voorzitter of diens plaatsvervanger. Bij hun afwezigheid wordt de voorzitter van de vergadering aangewezen door de ter vergadering aanwezige leden van de Raad van Toezicht bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 3. Van het verhandelde in een vergadering van de Raad van Toezicht worden notulen gehouden door de notulist van de vergadering die door de voorzitter van de vergadering wordt aangewezen. 4. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de Raad van Toezicht. Een lid van de Raad van Toezicht kan ter vergadering slechts één ander lid vertegenwoordigen. Omtrent toelating van andere personen beslissen de ter vergadering aanwezige leden van de Raad van Toezicht, bij gewone meerderheid van stemmen. 5. De Raad van Toezicht stelt in een reglement regels vast omtrent de besluitvorming en werkwijze van de Raad van Toezicht, in aanvulling op hetgeen daarover in deze statuten is bepaald. 1. In de Raad van Toezicht heeft ieder lid één (1) stem. 2. Alle besluiten van de Raad van Toezicht worden genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 3. De Raad van Toezicht kan in een vergadering alleen geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Het lid van de Raad van Toezicht dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de voorzitter van de Raad van Toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie. De overige leden van de Raad van Toezicht besluiten buiten aanwezigheid van het betrokken lid van de Raad van Toezicht of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen besluit van de Raad van Toezicht zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door de Raad van Toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 4. Besluiten van de Raad van Toezicht kunnen ook buiten vergadering worden genomen, schriftelijk of op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht is voorgelegd en geen van hen zich tegen de desbetreffende wijze van besluitvorming verzet. Van een besluit buiten vergadering dat niet schriftelijk is genomen wordt door de secretaris van de Raad van Toezicht een verslag opgemaakt dat door de voorzitter en de secretaris van de Raad van Toezicht wordt ondertekend. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht. 1. Het bestuur en de Raad van Toezicht komen ten minste één (1) maal per jaar bijeen in een gemeenschappelijke vergadering ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde en het in de toekomst te voeren beleid. 2. Ten minste één (1) maal per jaar komt de Raad van Toezicht buiten aanwezigheid van het bestuur bijeen. 3. Tot de bijeenroeping van een gemeenschappelijke vergadering zijn het bestuur en de Raad van Toezicht gelijkelijk gerechtigd. 4. Indien door de Raad van Toezicht tot het houden van een gemeenschappelijke vergadering wordt besloten, is het bestuur gehouden deze gemeenschappelijke vergadering bij te wonen.

Rechtspraak bij dit artikel