**1.** Ontheffingen van het aandeel oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties voor programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.122, derde lid, van de wet kunnen in bijzondere gevallen ten aanzien van een bepaald programmakanaal geheel of gedeeltelijk worden verleend.
**2.** Bij de vaststelling of sprake is van een bijzonder geval bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval de aard van het programmakanaal, de programmering, de doelgroep, bijzondere economi- sche omstandigheden en het territoriale bereik van het programmakanaal worden betrokken.
**3.** Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat, gelet op de omstandigheden die in het derde lid worden genoemd, sprake is van een geval waarin ten aanzien van een programma- kanaal niet kan worden verlangd dat aan het aandeel oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties wordt voldaan als bedoeld in het tweede lid, kan het percentage genoemd in artikel 2.122, eerste lid, van de wet lager of op nul worden vastgesteld zolang het format van het programmakanaal niet wijzigt.
**4.** Het verzoek om ontheffing dient, voorzien van een onderbouwing, te worden ingediend bij het Commissariaat.
Hoofdstuk III
Artikel 11
Ontheffing oorspronkelijk Nederlands- en Friestalige producties programmakanalen
Onderdeel van Beleidsregel quota publieke media-instellingen 2023· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 18 februari 2023