Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toezicht en handhaving

Onderdeel van Aanwijzing handhaving Abeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2023

De Arbowet en de Atw bevatten rechten en plichten voor werkgevers en werknemers met het doel om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers te bevorderen. De handhaving van de Arbowet en de Atw is in hoofdzaak opgedragen aan de Nederlandse Arbeidsinspectie (verder: Arbeidsinspectie) van het Ministerie van SZW. De Arbeidsinspectie handhaaft de Arbowet en de Atw door inzet van toezichthoudende ambtenaren en buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s). In de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW-wetgeving is voor het toezicht op de naleving van de Arbowet en de Atw, op onderdelen, geregeld dat naast de Arbeidsinspectie ook ambtenaren, waaronder BOA’s, van Staatstoezicht op de Mijnen, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Politie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Rijkswaterstaat, zijn aangewezen, voor zover het de aan hen toegewezen categorieën van arbeid betreft. Waar in deze aanwijzing de Arbeidsinspectie of inspecteur wordt genoemd, worden ook (ambtenaren van) deze inspectiediensten bedoeld. De Arbowet en de Atw kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving vullen elkaar aan en zijn op elkaar afgestemd. Bij de handhaving van zowel de Arbowet als de Atw ligt de nadruk op een bestuursrechtelijke aanpak. Sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2013 van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving1Stb. 2012, 462. is het strafrecht nog slechts gereserveerd voor de in 2.4. van deze aanwijzing genoemde overtredingen. Op grond van art. 243 Sv vervalt de bevoegdheid tot strafvervolging indien een bestuurlijke boete is opgelegd. Andersom vervalt op grond van art. 5:44 van de Algemene wet bestuursrecht ook de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete wanneer strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd en de verdachte deze heeft aanvaard. De strafrechtelijk te handhaven overtredingen van de Arbowet en de Atw, aangewezen als economische delicten in art. 1, onder 1°, Wet op de economische delicten (hierna: Wed) zijn: overtredingen van of krachtens art. 6, eerste lid, eerste volzin, Arbowet (het niet nemen van maatregelen ter voorkoming en beperking van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken en de gevolgen daarvan voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers (de verbodsbepalingen staan in het Brzo); overtredingen krachtens art. 6, eerste lid, tweede volzin, en art. 16, tiende lid, Arbowet (verbodsbepalingen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit), voor zover als strafbare feiten aangewezen); overtreding van art. 28, zesde lid, Arbowet (negeren van een bevel tot stillegging van werkzaamheden); overtreding van art. 28a, zesde lid, Arbowet (negeren van een bevel tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive); overtreding van art. 32 Arbowet (handelen of nalaten in strijd met de Arbowet indien daardoor levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is); overtreding van art. 11:3 Atw (een kind verboden arbeid laten verrichten in de zin van art. 3:2 Atw waarbij het kind een arbeidsongeval overkomt met ernstig lichamelijk of geestelijk letsel of de dood ten gevolge); overtreding van art. 8:3 Atw (negeren van een bevel tot staken van de arbeid); overtreding van art. 8:3a, zesde lid, Atw (negeren van een bevel tot staken van de arbeid in verband met recidive). De strafrechtelijk te handhaven overtredingen van de Arbowet en van de Atw worden gekwalificeerd als misdrijf voor zover de gedragingen opzettelijk zijn begaan (art. 2, eerste lid, Wed). Misdrijven van de Arbowet en de Atw worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, taakstraf of geldboete van de vijfde en onder omstandigheden de zesde categorie (art. 6, eerste lid, sub 1, Wed). Wanneer bij de veroordeling van een rechtspersoon bestraffing met een geldboete van de zesde categorie mogelijk is maar deze boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, kan de geldboete worden verhoogd tot tien procent van de jaaromzet (art. 23, zevende lid Sr). Voor een overtreding van de Arbowet en de Atw is de maximale straf één jaar hechtenis, taakstraf of geldboete van de vierde categorie (art. 6, eerste lid, sub 1, onder 4°, Wed). Verdachten ter zake van delicten van de Arbowet en de Atw worden gedagvaard voor de economische strafkamer van de rechtbank; in geval van samenhang met niet-economische delicten kunnen de verdachten behalve voor de economische strafkamer ook voor een andere strafkamer van de rechtbank gedagvaard worden (artt. 38 en 39 van de Wed). Bij de keuze van de rechtbank wordt tevens rekening gehouden met de belangen van slachtoffers of de nabestaanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel