Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Rechtmatigheidskader

Onderdeel van Model jaarverslaggeving CAK bestuurlijke verantwoording 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 maart 2023

Gelet op de diversiteit van de regelingen is het rechtmatigheidskader onderverdeeld naar de desbetreffende taken en regelingen die het CAK uitvoert. Als bij de uitvoering van deze taken en regelingen en daarover afgelegde verantwoording wordt voldaan aan de relevante bepalingen in uit de geldende wet- en regelgeving, dan zijn de daaruit voortvloeiende financiële stromen als rechtmatig aan te merken. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz van kracht geworden. De taken van het CAK zijn geregeld in artikel 6.1.2 van de Wlz. Het CAK is in het kader van de Wlz belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden: De vaststelling, oplegging en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wlz. Het namens een Wlz-uitvoerder of het Zorginstituut verrichten van betalingen aan zorgaanbieders, welke de Wlz-uitvoerders of het Zorginstituut, uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn. Het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) geven een omschrijving en opsomming van alle zorg die onder de Wlz valt. Het verrichten van het hiervoor genoemd deel van de administratie door het CAK worden in het Blz en Rlz uitgewerkt voor de volgende taken: De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn aan zorgaanbieders voor het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wlz. Deze betalingen geschieden namens de Wlz-uitvoerders aan de hand van gegevens die afkomstig zijn van de zorgkantoren. Het verrichten van de betalingen is een bancaire taak. De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die dienen tot vergoeding van bedragen die de Wlz-uitvoerders uit hoofde van de uitvoering van de wet verschuldigd zijn aan zorgaanbieders betreffende het verlenen van zorg, voor zover die niet is begrepen onder de zorg die in 3.1.1 van de Wlz is genoemd. Deze betalingen geschieden namens het Zorginstituut en vormen eveneens een bancaire taak.9Door de Staatssecretaris van het Ministerie van VWS is een besluit genomen over het toekennen van subsidies aan zorgaanbieders over extramurale behandeling. Het Zorginstituut controleert de gegevens en voert het fondsbeheer. Het CAK heeft opdracht gekregen om de uitbetaling van deze subsidies in opdracht van de zorgkantoren te verzorgen en daarover separaat te rapporteren aan het Zorginstituut. De NZa houdt uitsluitend toezicht op de uitbetalingen van deze subsidiegelden in het kader van de taak betalingen van zorgaanspraken Wlz. Het CAK verricht de vaststelling, de oplegging en de inning van de eigen bijdrage, bedoeld in de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz. Ook heeft het CAK een taak in het afboeken van de vorderingen. Het CAK heeft een zelfstandige taak in dit proces, met gebruikmaking van gegevens van derden, zoals zorgkantoren, zorgaanbieders, de Belastingdienst en inhoudingsorganen. De zorgkantoren leveren de gegevens voor de vaststelling van de eigen bijdrage volgens de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz aan. Deze partijen zijn verantwoordelijk voor de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de aanlevering van deze data. De grondslag voor de gegevensverstrekking is te vinden in artikel 9.1.2 van de Wlz. Het verstrekken van alle gegevens aan zorgkantoren, die zij voor de vervulling van hun taak bij de uitvoering van de wet nodig hebben. Dit is een intermediaire taak. De gegevensverstrekking is gebaseerd op artikel 9.1.2 van de Wlz. De taken kunnen tot twee deelgebieden betreffende de Wlz worden samengevoegd: Het zelfstandig vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen voor verblijf in een instelling10Hieronder wordt in het vervolg ook verstaan deeltijd verblijf zoals bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste lid, onderdeel e van het Blz., volledig pakket thuis (vpt), persoonsgebonden budget (pgb) en modulair pakket thuis (mpt) op basis van gegevens van de Belastingdienst, het UWV, de SVB, zorgkantoren en zorgaanbieders, waarbij de persoonsgegevens geverifieerd worden bij de Basisregistratie personen (BRP). Het verrichten van de betaling van zorgaanspraken Wlz in de hoedanigheid van landelijk betaalkantoor in opdracht van de Wlz-uitvoerders of het Zorginstituut op grond van artikel 6.1.2 onderdeel c van de Wlz. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub d van de Wmg toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door het CAK. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de betalingen van zorgaanspraken Wlz. Het CAK heeft de taak om betalingen te verrichten in opdracht van en namens de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut in de hoedanigheid van landelijk betaalkantoor. Het CAK is verantwoordelijk voor de juiste, volledige en tijdige uitvoering van de opdrachten die het ter uitvoering heeft ontvangen. Het CAK heeft geen verantwoordelijkheid voor de juiste, volledige en tijdige aanlevering of inhoud van de opdracht. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedures geen problemen veroorzaken. De Wlz bakent deze verantwoordelijkheid af door uitdrukkelijk aan te geven, dat het CAK de betalingen namens de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut verricht. Het begrip rechtmatigheid speelt dus pas een rol vanaf het ontvangen van de opdrachten. Het CAK voert de taak van betaalkantoor rechtmatig uit, als de ontvangen betaalopdrachten volledig, juist en tijdig worden uitgevoerd en als de afrekeningen van de verrichte betalingen met het Flz volledig, juist en tijdig plaatsvinden. De invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid concretiseren het begrip rechtmatigheid: volledigheid betekent dat het CAK alle binnengekomen opdrachten moet afwikkelen; juistheid houdt in dat het CAK de binnengekomen opdrachten moet afwikkelen volgens de betaalinstructies van de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut; tijdigheid houdt in dat het CAK de ontvangen opdrachten binnen vastgestelde termijnen moet afwikkelen. Als norm voor tijdigheid van voorschotbetalingen geldt een betaaltermijn van maximaal vijf weken na ontvangst van de betaalopdracht. Als norm voor tijdigheid van eenmalige betalingsopdrachten geldt een betaaltermijn van maximaal drie weken na ontvangst van de betaalopdracht door het CAK (zie bijlage 5 ‘Definities kengetallen en prestatie-indicatoren’). Tegenover de uitgevoerde betaalopdrachten staan de afrekeningen met het Flz. Hiervoor worden identieke rechtmatigheidsnormen gehanteerd als voor de afwikkeling van betaalopdrachten, dat wil zeggen dat de afrekeningen volledig, juist en tijdig moeten plaatsvinden. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK de interne beheersingsmaatregelen die het CAK heeft getroffen ter waarborging van de rechtmatigheid van de betalingen en ter voorkoming van het onttrekken van waarden aan het Flz via het CAK. Bovendien geeft het CAK in de bestuurlijke verantwoording aan of alle binnengekomen opdrachten volledig, juist en tijdig zijn afgewikkeld en of de afrekeningen met het Flz volledig, juist en tijdig hebben plaatsgevonden. De uitgevoerde betalingen en de op grond hiervan met het Flz verrekende bedragen komen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK onder andere tot uitdrukking in de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Het CAK heeft per 1 januari 2015 als taak het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen voor de Wlz en het namens een Wlz-uitvoerder/zorgkantoor of het Zorginstituut verrichten van betalingen aan zorgaanbieders. Binnen de Wlz wordt onderscheid gemaakt in de eigen bijdrage voor enerzijds (1) verblijf in een instelling, (2) volledig pakket thuis (vpt), (3) persoonsgebonden budget (pgb) en anderzijds het (4) modulair pakket thuis (mpt). Het CAK maakt gebruik van gegevens van zorgaanbieders, de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren, de BRP, het UWV, de SVB en de Belastingdienst. Het rechtmatigheidsbegrip speelt een rol vanaf het moment dat het CAK alle gegevens binnen heeft voor de vaststelling van de eigen bijdragen in het kader van de Wlz. Het CAK voert deze taak rechtmatig uit, als de eigen bijdragen volledig, juist en tijdig worden vastgesteld, opgelegd en de geïncasseerd en ontvangen eigen bijdragen volledig, juist en tijdig worden afgedragen aan het Flz. Vertraging in de gegevensaanlevering door één van de informatieleveranciers valt buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedure geen problemen veroorzaakt. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens het Besluit langdurige zorg en de specifieke circulaires van het Zorginstituut. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het begrip juistheid heeft ook betrekking op de juiste toepassing van het anti-cumulatiebeding. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken zijn opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Bij het innen van de eigen bijdragen Wlz wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om – met inachtneming van enkele voorwaarden – de eigen bijdragen in te houden op de sociale zekerheidsuitkeringen via de SVB en het UWV. Dit heet ook wel broninhouding. Daarvoor levert het CAK informatie aan de SVB en het UWV aan. Omdat de SVB en het UWV deze ingehouden bedragen direct afdragen met het Flz, is op de bevestigde en op door broninhouders afgedragen bedragen voor het CAK gebruikersverantwoordelijkheid van toepassing. Indien broninhouding niet plaatsvindt via de SVB of het UWV draagt het CAK zorg voor inning. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door ketenpartijen. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen Wlz. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Wlz. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens door de informatieleveranciers, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de samenwerking met de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de samenwerking met de broninhouders te optimaliseren; de informatie die aan cliënten is verstrekt over de eigen bijdragen (bijvoorbeeld toezending brochures, organiseren van informatiebijeenkomsten). De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Wlz komen in de bestuurlijke verantwoording tot uitdrukking in de toelichting op de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de interest geldmiddelen Flz en Wmo. Het CAK beschikt in de hoedanigheid als betaalkantoor over liquide middelen. In het geval van de betalingen van de zorgaanspraken is dit om tijdsverschillen tussen het uitvoeren van betalingsopdrachten en de daarvoor benodigde geldmiddelen van het Flz te overbruggen. Omdat de kosten van het CAK inclusief de bankkosten in principe gedekt worden door het budget beheerskosten, moet de betreffende interest volledig met het Flz en de Wmo worden verrekend. Vastgesteld moet worden, dat de interest die over de beschikbare liquide middelen en openstaande vorderingen wordt ontvangen c.q. betaald juist, tijdig en volledig is verrekend. De wijze van verdelen van de interest geldmiddelen naar het Flz en de Wmo vindt plaats op basis van de gemaakte afspraak tussen het CAK en het Zorginstituut. De bedragen die door het CAK zijn bepaald op basis van deze verdeling worden opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK. De in een kalenderjaar verrekende interest geldmiddelen komt in de bestuurlijke verantwoording van het CAK tot uitdrukking in de toelichting op de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’ en de post ‘Rekening-couranten als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Het CAK is op grond van artikel 6.1.2. aanhef en sub b van de Wlz vanaf 1 januari 2015, belast met de vaststelling en inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 2.1.4b van de Wmo 2015 (extramuraal en intramuraal). Vanaf 1 januari 2007 tot 1 januari 2015 was artikel 15 en 16 van de Wmo van toepassing (uitsluitend Wmo extramuraal). Deze taak is per 1 januari 2015 uitgebreid. Er is geen overgangsregeling van toepassing. Eén van de gevolgen van de wijziging in wet- en regelgeving is dat de producten ‘beschermd wonen’ en ‘kort verblijf’ vanuit de voormalige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) overgeheveld zijn naar de Wmo. De verantwoordelijkheid voor faciliteren van de zorg voor Wmo beschermd wonen is met ingang van 1 januari 2015 op grond van de Wmo bij gemeenten komen te liggen en het CAK is verantwoordelijk voor het innen en afdragen van de eigen bijdragen. Per 1 januari 2020 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aangepast met de invoering van het abonnementstarief11Gewijzigd met de introductie van een maximale bijdrage van € 19 per maand voor maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in de Wmo 2015, aangeduid als ‘Wmo 2020’. Op basis van het Besluit van 4 oktober 2019, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de verdere doorvoering van het abonnementstarief voor maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2019, 319) en de Wet van 24 april 2019 tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake de bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening (Stb. 2019, 185). Inwerkingtreding van de wijziging van wet en het besluit tot wijziging via besluit van 25 november 2019, Stb. 2019, 452. (hierna aangeduid als Wmo 2020) voor de Wmo extramuraal. Hieraan ging per 1 januari 2019 de invoering van het gemaximeerd Wmo tarief vooraf12Voor 2019 heeft het kabinet gekozen voor een tussenvorm richting de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020. Het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is zo gewijzigd dat per 1 januari 2019 een maximale periodebijdrage van € 17,50 per vier weken voor maatwerkvoorzieningen van kracht werd. Op basis van het Besluit van 26 november 2018, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 tot het introduceren van een abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Stb. 2018, 444).. In samenhang met deze aanpassingen is onder meer ook de wijziging doorgevoerd dat met ingang van 1 januari 2020 cliënten die een PGB beschermd wonen ontvangen, net als cliënten die Wmo beschermd wonen in natura ontvangen, de intramurale Wmo eigen bijdrage moeten betalen (inkomensafhankelijke hoge of lage eigenbijdragetarief) 13Gewijzigd op basis van het Besluit van 4 oktober 2019, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de aanpassing van de bijdragesystematiek voor persoonsgebonden budgetten voor beschermd wonen (Stb. 2019, 319).. Overigens kan er binnen een huishouden sprake zijn van een samenloop van verschillende zorgproducten. Hierdoor kan een anti-cumulatiebeding14In artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is bepaald dat op de extramurale eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Binnen de Wmo gaat de intramurale bijdrage voor beschermd wonen voor op de extramurale bijdrage. De voorrang van de Wlz op de Wmo en het anti-cumulatiebeding betekent dat de eigen bijdrage Wlz voor gaat op de eigen bijdrage Wmo. Wanneer een persoon een intramurale eigen bijdrage voor de Wlz verschuldigd is, gaat deze voor op de bijdrage Wmo. En in het geval dat beide partners een intramurale bijdrage verschuldigd zijn (op grond van de Wlz dan wel voor beschermd wonen in de Wmo) wordt de gezamenlijke bijdrage naar rato over de beide partners verdeeld. van toepassing zijn. Op basis van artikel 16 sub f van de Wmg houdt de NZa toezicht op de vaststelling en inning van de eigen bijdragen zoals bedoeld in artikel 2.1.4b van de Wmo 2015 door het CAK. Een goed toezicht op de uitvoering door het CAK van de eigen bijdragen in het kader van de Wmo is van direct belang vanuit het perspectief van de Wlz en omgekeerd. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. Omdat er geen overgangsregeling van toepassing is, is er met het Ministerie van VWS afgesproken dat de verantwoording niet gesplitst hoeft te worden naar Wmo voor 1 januari 2015 en na 1 januari 2015. De standen en/of bedragen met betrekking tot de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020, worden door het CAK in de financiële overzichten van de activa en passiva de bestuurlijke verantwoording 2022 separaat opgenomen op basis van het toerekeningsbeginsel. In de matrix bestuurlijke verantwoording wordt één bedrag opgenomen voor de afdracht eigen bijdragen Wmo. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de eigenbijdrageregeling Wmo 2015. De regelingen Wmo 2015-2019 (Wmo-oud), Wmo beschermd wonen en het per 1 januari 2020 ingevoerde abonnementstarief maken onderdeel uit van de Wmo 2015. Het CAK heft en int maandelijks de eigen bijdrage voor cliënten die Wmo beschermd wonen (Wmo intramuraal) of Wmo extramuraal ontvangen. Het CAK geeft hiertoe beschikkingen af. Bij Wmo beschermd wonen is broninhouding en afdrachten van de eigen bijdrage door het UWV of de SVB mogelijk. Daarvoor levert het CAK informatie aan de SVB en UWV aan. Dit is het enige product in de Wmo waarvoor broninhouding kan plaatsvinden. De ingehouden bedragen moeten door de SVB en het UWV overgemaakt worden aan het CAK, die vervolgens voor de verdeling over de verschillende centrumgemeenten zorgt, als zijnde de afdrachten eigen bijdragen Wmo. Het CAK heeft een gebruikersverantwoordelijkheid ten aanzien van de juistheid van de ontvangen bedragen aan broninhouding van de SVB en het UWV. Wel heeft het CAK een informatie- en onderzoeksplicht om zorg te dragen dat de eigen bijdrage op de juiste informatie is gebaseerd en de gevolgen van de foutieve registratie voor cliënten worden beperkt. De CAK geeft hier invulling aan middels een structurele periodieke bestandsvergelijking met centrumgemeenten. De vaststelling van de eigen bijdragen vindt plaats op basis van gegevens van de zorgaanbieders en/of gemeenten en de inkomensgegevens (bij Wmo 2020 uitsluitend bij peiljaarverlegging/toepassing minimabeleid) van de Belastingdienst. De door de zorgaanbieders en gemeenten bij het CAK aangeleverde persoonsgegevens worden aan de hand van de gegevens van het BRP geverifieerd. Het CAK maakt gebruik van de gegevens van zes informatieleveranciers: de zorgaanbieders voor persoons- en zorgurengegevens15Ziet uitsluitend op Wmo extramuraal tot en met zorgjaar 2019. Vanaf Wmo 2020 is de gemeente verantwoordelijk om betreffende gegevens te leveren via het Gemeentelijk Gegevensknooppunt (GGK).; de gemeenten voor parameters, vrijstellingen en persoons- en zorggegevens en minimabeleid; de BRP voor persoonsgegevens; het UWV voor inkomensgegevens en bevestigde broninhoudingen; de SVB voor bevestigde broninhoudingen en de relatiestatus van een cliënt; de Belastingdienst voor inkomensgegevens. Voor de gegevens van de informatieleveranciers geldt gebruikersverantwoordelijkheid. De directe verantwoordelijkheid voor de betrouwbaarheid (juistheid en volledigheid) van de gegevens ligt bij de informatieleveranciers zelf. Het CAK heeft niet de taak om vast te stellen dat iedereen die een eigen bijdrage zou moeten betalen, tijdig bij het CAK wordt aangemeld. Niet of te laat aangemelde cliënten vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het CAK. Het begrip rechtmatigheid speelt dus pas een rol vanaf de ontvangst van alle gegevens die nodig zijn voor vaststelling van de eigen bijdragen. Het CAK voert deze taak rechtmatig uit, als de eigen bijdragen voor Wmo volledig, juist en tijdig worden vastgesteld, opgelegd en de geïncasseerd en ontvangen eigen bijdragen voor Wmo volledig, juist en tijdig worden afgedragen aan de gemeenten. Vertragingen in de gegevensaanlevering door één van de zes informatieleveranciers vallen buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de (opvraag)procedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de (opvraag)procedure geen problemen veroorzaken. Ook gelden voor het CAK ten aanzien van de procedurele rechtmatigheid plichten om zorg te dragen dat de eigen bijdrage op de juiste informatie is gebaseerd en gevolgen van de foutieve registraties voor cliënten worden beperkt. Zie voor meer details paragraaf 3.3. Wettelijk is besloten om op de eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Het ‘volledig afwikkelen’ heeft betrekking op alle gegevens waarbij geen sprake is van kwijtschelding. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens de door de gemeenten aangeleverde parameters. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het begrip juistheid heeft ook betrekking op de juiste toepassing van het anti-cumulatiebeding. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken is opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door het Ministerie van VWS. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen Wmo. In de bestuurlijke verantwoording 2021 verantwoordt het CAK in het hoofdstuk van de matrices bestuurlijke verantwoording de in- en uitgaande geldstromen voor alle Wmo geldstromen samen. Dit betreft het totaal van Wmo 2015 en eerder, Wmo beschermd wonen en het abonnementstarief (Wmo 2020). In de hoofdstukken van de financiële overzichten van de activa en passiva op kasbasis en op basis van toerekeningbeginsel, verantwoordt het CAK de balansposities van de uitvoering van de Wmo 2020 separaat in de financiële overzichten, in de verloopoverzichten en toelichtingen hierop. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Wmo. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens vanuit de informatieleveranciers, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de samenwerking met de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de samenwerking met de broninhouders te optimaliseren; informatie die aan cliënten is verstrekt over de eigen bijdragen (bijvoorbeeld toezending brochures, organiseren van informatiebijeenkomsten). De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Wmo komen tot uitdrukking in de bestuurlijke verantwoording van het CAK in de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel