Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 20

Tweede aanvraagronde voor historische spoedopgaven, buitenproportionele opgaven of onvoorziene kosten 2021 of 2022

Onderdeel van Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2023· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2023

1. Indien het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, na de verdeling, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, of in artikel 17, eerste, tweede, derde of vierde lid, niet is uitgeput, kan de minister voor het resterende bedrag een tweede aanvraagronde voor een specifieke uitkering voor een historische spoedopgave, voor een buitenproportionele opgave of voor onvoorziene kosten openstellen. 2. De minister maakt de indieningstermijn en het resterende beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, in de Staatscourant bekend, alsmede voor welk onderdeel of element als bedoeld in deze regeling een aanvraag kan worden ingediend. 3. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, indien het een historische spoedopgave betreft, met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling, indien het een buitenproportionele opgave betreft en indien de aanvraag nieuwe activiteiten of projecten betreft die niet in de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, of artikel 15, zesde lid, zijn opgenomen of met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 5, bij deze regeling indien het onvoorziene kosten als bedoeld in artikel 16 betreft. 4. Een aanvraag wordt ingediend namens het bevoegd gezag door een daartoe bevoegde persoon ondertekende brief indien de aanvraag die voor honorering in aanmerking kwam niet of niet geheel is gehonoreerd op grond van artikel 9, eerste of tweede lid, of artikel 17, eerste, tweede, derde of vierde lid. In de brief wordt het resterende bedrag opnieuw aangevraagd en wordt verwezen naar de desbetreffende aanvraag van mei 2023 en de desbetreffende beschikking tot verlening van de specifieke uitkering. 5. Artikel 9, tweede, derde en vierde lid, respectievelijk artikel 15, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, respectievelijk artikel 16, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing indien een tweede aanvraagronde wordt opengesteld voor de aanpak van de historische spoedopgave, respectievelijk van de buitenproportionele opgave, respectievelijk voor onvoorziene kosten. 6. De minister verdeelt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 7. De artikelen 11 en 12, respectievelijk artikel 16, derde lid, respectievelijk de artikelen 18 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel