**1.** Indien voor een elektronische dienst niet bij wettelijk voorschrift is bepaald dat een specifieke wijze van authenticatie voor die dienst vereist is of ten minste vereist is, bepaalt een bestuursorgaan of aangewezen organisatie dat niveau overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid.
**2.** Een bestuursorgaan of aangewezen organisatie bepaalt dat voor een elektronische dienst authenticatie op betrouwbaarheidsniveau hoog vereist is indien voor een van de aspecten van die dienst een van de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde criteria in de kolom hoog op die dienst van toepassing is.
**3.** Een bestuursorgaan of aangewezen organisatie bepaalt dat voor een elektronische dienst authenticatie op betrouwbaarheidsniveau substantieel vereist is indien voor een van de aspecten van die dienst een van de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde criteria in de kolom substantieel op die dienst van toepassing is en geen van de in de kolom hoog genoemde criteria.
**4.** Een bestuursorgaan of aangewezen organisatie bepaalt dat voor een elektronische dienst authenticatie op betrouwbaarheidsniveau laag vereist is indien voor een van de aspecten van die dienst een van de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde criteria in de kolom laag op die dienst van toepassing is en geen van de in de kolom substantieel of hoog genoemde criteria
**5.** Een bestuursorgaan of aangewezen organisatie bepaalt dat geen authenticatie is vereist indien voor geen van de aspecten van die dienst een van de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde criteria op de dienst van toepassing is.
Artikel 2
Bepalen betrouwbaarheidsniveau voor een dienst
Onderdeel van Regeling betrouwbaarheidsniveaus authenticatie elektronische dienstverlening· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023