**1.** De Voorzitter vertrouwt het onderzoek van de geloofsbrief toe aan een commissie van drie leden, die hij voor dat doel aanwijst. Een van hen benoemt hij tot voorzitter.
**2.** In geval van een verkiezing wijst de Voorzitter een tweede commissie als bedoeld in het vorige lid aan. Hij verdeelt het onderzoek van de geloofsbrieven over de beide commissies. Behoort een lid van een van beide commissies tot de nieuwverkozenen, dan wordt zijn geloofsbrief onderzocht door de commissie waarvan hij geen deel uitmaakt.
Hoofdstuk I › Paragraaf
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 13 juni 2023