**1.** De toehoorders van een vergadering van de Kamer en de overige aanwezigen in het Kamergebouw mogen de orde niet verstoren. Alle aanwezigen moeten de aanwijzingen opvolgen van de Voorzitter, de ambtenaren van de Kamer, de politie en andere toezichthoudende functionarissen.
**2.** Onder de aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid worden mede verstaan door de Voorzitter vastgestelde richtlijnen voor het maken van beeld- en geluidsopnamen in het Kamergebouw door journalisten.
**3.** De toehoorders nemen stilte in acht en onthouden zich van tekenen van goed- of afkeuring.
**4.** De Voorzitter ziet toe op het gedrag van de toehoorders van een vergadering en kan bij overtreding van de bovengenoemde gedragsregels de overtreders of allen die zich op een bepaald tribunegedeelte bevinden doen vertrekken. Hierbij kan hij gebruikmaken van de ambtenaren van de Kamer, de politie en andere toezichthoudende functionarissen.
**5.** De Voorzitter schorst de vergadering indien hij dit met het oog op de orde noodzakelijk acht.
**6.** Dit artikel is, met uitzondering van het tweede lid, van overeenkomstige toepassing op vergaderingen van commissies, waarbij voor ‘de Voorzitter’ kan worden gelezen: ‘de commissievoorzitter’.
Hoofdstuk V › Paragraaf
Artikel 56
Artikel 56
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 13 juni 2023