Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Aanvraag subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De aanvraag kan worden ingediend: in het kalenderjaar 2023: gedurende het aanvraagtijdvak van 1 juli 2023 tot en met 15 september 2023, voor subsidieverstrekking in het jaar 2023; in het kalenderjaar 2024: gedurende een eerste aanvraagtijdvak van 1 mei 2024 tot en met 31 mei 2024 en, indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, na behandeling van de aanvragen uit het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt, gedurende een tweede aanvraagtijdvak van 15 augustus 2024 tot en met 15 september 2024 voor subsidieverstrekking in het jaar 2024; en in het kalenderjaar 2025: gedurende een eerste aanvraagtijdvak van 1 mei 2025 tot en met 31 mei 2025 en, indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, na behandeling van de aanvragen uit het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt, van 15 augustus 2025 tot en met 15 september 2025 voor subsidieverstrekking in het jaar 2025; in het kalenderjaar 2026: gedurende een eerste aanvraagtijdvak van 1 mei 2026 tot en met 31 mei 2026 en, indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, na behandeling van de aanvragen uit het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt, van 15 augustus 2026 tot en met 15 september 2026 voor subsidieverstrekking in het jaar 2026. 2. De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de aanvraagtijdvakken, genoemd in het eerste lid, af. 3. De aanvraag bevat: een vermelding van de onderwijsinstellingen waaruit het samenwerkingsverband bestaat; een vermelding van de gekozen vo-, vso- of vavo-, mbo- en hbo-opleidingen waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld en uitgevoerd; een onderbouwing van de gekozen opleidingen waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld en uitgevoerd, waaruit blijkt dat die opleidingen voldoen aan het bepaalde in artikel 3, vierde lid; een afschrift van de afspraken die de aan het samenwerkingsverband deelnemende onderwijsinstellingen met elkaar hebben gemaakt, minimaal bestaande uit afspraken over: de wijze waarop de onderwijsinstellingen binnen het samenwerkingsverband met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van de ontwikkeling, uitvoering en verduurzaming van de aansluitende opleidingsroute; de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de onderwijsinstellingen binnen het samenwerkingsverband; de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige onderwijsinstellingen binnen het samenwerkingsverband zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen; en het aanstellen van de coördinator, bedoeld in artikel 3, derde lid, onder f; een beschrijving, aan de hand van eisen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdelen a en c tot en met e, van de opbouw en inrichting van de huidige onderwijsprogramma’s van de opleidingen waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld. 4. De subsidie wordt namens de onderwijsinstellingen in het samenwerkingsverband aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. De penvoerder is het bevoegd gezag van een mbo-instelling die deelneemt aan het samenwerkingsverband, niet zijnde Scholengemeenschap Bonaire. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. 5. De aanvraag wordt elektronisch ingediend met behulp van een aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website www.dus-i.nl.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel