Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Vaststelling en terugvordering

Onderdeel van Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 9 juli 2025

1. De Minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 9, eerste lid, over de vaststelling van de uitkering. 2. De uitkering wordt vastgesteld op het in artikel 3, derde lid, genoemde bedrag per toegediende vaccinatie, voor ten hoogste het maximum aantal vaccinaties dat door de minister bij de verlening is genoemd en ten laagste 75% van het in de verleningsbeschikking genoemde uitkeringsbedrag. 3. In afwijking van het tweede lid wordt de uitkering aan een GGD die een aanvullende uitkering heeft ontvangen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, vastgesteld op een bedrag per toegediende vaccinatie waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal vaccinaties dat is genoemd in de tweede kolom van de tabel in de bijlage bij deze regeling en ten laagste 85% van het in de verleningsbeschikkin genoemde bedrag. 4. Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de Minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel