**1.** De GGD doet de Minister uiterlijk 4 weken na afloop van elk kwartaal na ontvangst van een uitkering verslag over het toegediende aantal vaccinaties.
**2.** Onverminderd het eerste lid informeert de GGD de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten en de daaraan verbonden aantallen en kosten waarvoor een uitkering is verleend.
**3.** Indien de GGD de infrastructuur die specifiek voor COVID-19-vaccinaties is opgebouwd, inzet voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, doet de GGD hiervan onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister.
**4.** De GGD draagt er zorg voor:
dat de organisatie, voortgang en planning van het toedienen van COVID-19-vaccinaties onder regie van het RIVM wordt uitgevoerd;
dat zij meewerkt aan de voorlichting over COVID-19-vaccinaties door het RIVM, die door de Minister of door een andere organisatie in opdracht van de Minister wordt uitgevoerd.
Artikel 8
Verplichtingen verbonden aan de uitkering
Onderdeel van Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 9 juli 2025