**1.** Een bijzondere situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door:
een burgemeester van een gemeente in het gebied waar het Instituut het bewijsvermoeden, bedoeld in artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, toepast en waarin de benadeelde woonachtig is;
de Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman; of
regionale zorg- en hulpverleners.
**2.** Een vastgelopen situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door:
een burgemeester van een gemeente, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
de Minister; of
het Instituut.
§ 1a
Artikel 1a.4
Artikel 1a.4
Onderdeel van Regeling Tijdelijke wet Groningen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 30 september 2023