Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Staffelbesluit pensioenen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 7 juli 2023

De inwerkingtreding van de Pensioenwet per 1 januari 2007 heeft in de praktijk geleid tot de ontwikkeling van zowel individuele als collectieve premieovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten. Na inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen per 1 juli 2023 zijn deze overeenkomsten niet meer toegestaan. Echter, met toepassing van artikel 220i van de Pensioenwet, dan wel artikel 214g van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964 kunnen bestaande overeenkomsten ook na 30 juni 2023 tijdelijk worden voortgezet. Gebleken is dat de fiscale kwalificaties van de individuele en collectieve premieovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten niet duidelijk waren. Daarom verduidelijkt dit besluit, evenals de voorgaande besluiten de fiscale regels voor pensioenregelingen die de Pensioenwet tot 1 juli 2023 aanduidde als een premie- of kapitaalovereenkomst. Ook wijst het besluit sommige soorten premie- en kapitaalovereenkomsten aan als fiscale pensioenregelingen. Net als de voorgenoemde besluiten bevat dit besluit ‘nettostaffels’. Deze staffels bevatten geen opslag voor kosten en ook geen opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Het gebruik van de staffels kan bijdragen aan betere transparantie van kosten in pensioenregelingen. De aanwijzingen als pensioenregeling in dit besluit berusten op artikel 19d, onderdeel a, juncto artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964 en vinden plaats met instemming van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. Dit besluit is een actualisering van het Staffelbesluit pensioenen van 20 december 2019, nr. 2019-21333, in verband met de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen per 1 juli 2023. Tevens zijn de berekeningsgrondslagen geactualiseerd. Afgezien van enkele redactionele verbeteringen, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: De verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen. Aan bijlage IV, voorwaarde e, en bijlage V, voorwaarde d, is toegevoegd dat de eventtoets achterwege kan blijven, wanneer opgebouwde pensioenaanspraken worden omgezet in aanspraken ingevolge een premieovereenkomst als bedoeld in artikel 10 van de Pensioenwet of artikel 28 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. De premiestaffels in de bijlagen I en IV en de nettopremiestaffels in bijlage VII zijn berekend op basis van de meest actuele overlevingstafel. Dit besluit is vervolgens gewijzigd bij besluit van 13 september 2023 nr. 2023-20266 (Stcrt. 2023, 25923) De wijzigingen betreffen de toevoeging van een nieuw onderdeel 9. Daarnaast zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht. De invoering van de maatregelen van de Wet toekomst pensioenen leidt ertoe dat de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken wordt verlaagd van 21 jaar naar 18 jaar. Deze bepaling treedt in werking per 1 januari 2024. In verband met de korte invoeringstermijn wijs ik onder voorwaarden in onderdeel 9. (nieuw) regelingen die bij de toepassing van bijlagen I, IV en V, voor de werknemers met een leeftijd van 18 of 19 jaar steeds uitgaan van het percentage van de leeftijdsklasse 20 tot en met 24 aan als pensioenregeling. Dit besluit is aanvullend gewijzigd bij besluit van 12 juni 2024, nr. 2024-10674, (Stcrt. 2024-xxxx). De wijzigingen betreffen de aanpassing van onderdeel 9.2. Daarnaast zijn de staffels in bijlage I, IV en VII uitgebreid. Ook zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht. In onderdeel 9. worden onder bepaalde voorwaarden regelingen met een premieovereenkomst waarin voor werknemers van 18 jaar of 19 jaar wordt uitgegaan van het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar, aangewezen als pensioenregeling. Onderdeel 9.2. bevat deze voorwaarden. Twee voorwaarden (voorwaarden a en c) zijn aangepast. De premiestaffels in bijlage I, IV en VII zijn uitgebreid voor werknemers die doorwerken nadat ze de leeftijd van 68 jaar hebben bereikt tot ten hoogste het moment waarop de leeftijd wordt bereikt van vijf jaar na de AOW-leeftijd. Onderdeel 2. van dit besluit bevat een beschrijving van de soorten premieovereenkomsten die bij de behandeling van de Pensioenwet aan de orde zijn geweest en die met toepassing van artikel 220i van de Pensioenwet, artikel 214g van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964 tijdelijk kunnen worden voortgezet. De onderdelen 3. en 5. behandelen de fiscale kwalificatie van die soorten premieovereenkomsten. Onderdeel 4. gaat over de kapitaalovereenkomsten. Voorts wijs ik in onderdeel 6. twee soorten afwijkende premieovereenkomsten aan als pensioenregeling. In onderdeel 7. is het overgangsrecht opgenomen voor pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden. Onderdeel 8. van dit besluit bevat de beschrijving van nettopensioen als bedoeld in artikel 10a.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en afdeling 5.3B van de Wet inkomstenbelasting 2001 (tekst 30 juni 2023). Onderdeel 9. bevat een aanwijzing in verband met de verlaging van de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken van 21 jaar naar 18 jaar. Onderdeel 10. voorziet in de intrekking van het voorgaande besluit. Onderdeel 11. bevat de inwerkingtreding van dit besluit. De voorwaarden en bijzonderheden die bij de aanwijzingen gelden zijn te vinden in de bijlagen bij dit besluit. IAPW Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet Intredeleeftijd leeftijd waarop de pensioenopbouw bij de werkgever begint OP ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 18 en verder van de Wet op de loonbelasting 1964 Pensioengrondslag pensioengevend loon met inachtneming van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964, minus de AOW-franchise PP partnerpensioen als bedoeld in artikel 18 en verder van de Wet op de loonbelasting 1964 PPI premiepensioeninstelling in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet (Pensioen)verzekeraar verzekeraar als bedoeld in artikel 19a van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij hiervan in dit besluit specifiek wordt afgeweken PW Pensioenwet, tekst 30 juni 2023 UBLB 1965 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, tekst 30 juni 2023 URLB 2011 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, tekst 30 juni 2023 Werkgever inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 Wet IB 2001 Wet inkomstenbelasting 2001, tekst 30 juni 2023 Wet LB Wet op de loonbelasting 1964, tekst 30 juni 2023 Wet VPL Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling Wet Witteveen 2015 Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en de wet van 2 juni 2014 tot wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014 (Stb. 2014, 197).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel