Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Verlaging van de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken van 21 jaar naar 18 jaar

Onderdeel van Staffelbesluit pensioenen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

Per 1 juli 2023 is de WTP inwerking getreden. Onderdeel van deze wet is dat vanaf 1 januari 2024 er een lagere minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken geldt. Als gevolg van de verlaging van de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken van 21 jaar naar 18 jaar, moesten veel regelingen met een premieovereenkomst worden aangepast in een relatief korte periode. Een eenvoudige wijze, waarop deze aanpassing kon plaatsvinden, was door het premiepercentage voor de leeftijdsklasse 20 jaar tot en met 24 jaar ook te gebruiken voor werknemers van 18 en 19 jaar. Onder de hierna gestelde voorwaarden wijs ik regelingen met een premieovereenkomst waarin voor werknemers van 18 of 19 jaar wordt uitgegaan van het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar aan als pensioenregeling in de zin van de Wet LB. Bij deze aanwijzing gelden de volgende voorwaarden: de regeling bestond reeds op 30 juni 2023 en voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk IIB Wet LB (tekst vanaf 1 juli 2023) in combinatie met artikel 38q Wet LB (tekst vanaf 1 juli 2023); ten aanzien van de beschikbare-premieregeling wordt het overgangsrecht van artikel 38q Wet LB toegepast; voor werknemers van 18 of 19 jaar wordt maximaal het premiepercentage van de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar toegepast, zoals dat in die beschikbare-premieregeling op 30 juni 2023 gold, met dien verstande dat dit percentage niet hoger mag zijn dan het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 15 jaar tot 20 jaar genoemd in artikel 38r Wet LB (actuele tekst). Het bepaalde in artikel 10 UBLB 1965 (actuele tekst) is hierbij van overeenkomstige toepassing; indien in de beschikbare-premieregeling een staffel wordt gehanteerd die is gebaseerd op artikel 10aa UBLB 1965, dan mag het premiepercentage voor werknemers van 18 of 19 jaar niet hoger zijn dan het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 15 jaar tot 20 jaar als genoemd in artikel 10aa, tweede respectievelijk derde lid, UBLB 1965 (actuele tekst). Het bepaalde in artikel 10 UBLB 1965 (actuele tekst) is hierbij van overeenkomstige toepassing; de beschikbare-premieregeling voldoet ook overigens aan de voorwaarden die in het Staffelbesluit pensioenen zijn opgenomen voor de aanwijzing van de betreffende regeling als pensioenregeling.

Rechtspraak bij dit artikel