Dit besluit is een actualisering van het besluit van 11 december 2018, nr. 2018-28514 (Stcrt. 2018-68653), laatstelijk gewijzigd bij wijzigingsbesluit van 17 februari 2023 nr. 2023-1520 (Stcrt. 2023-6305). Het besluit is geactualiseerd in verband met de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen per 1 juli 2023. Een groot aantal goedkeuringen zijn vervallen, omdat deze inmiddels zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. De goedkeuringen in verband met de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen zijn in dit besluit blijven staan. Er is een aanwijzing toegevoegd in verband met de uitbreiding van de aanwijsbevoegdheid in artikel 19d, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964. Daarnaast is een aanwijzing toegevoegd in verband met de aanpassing van delen van pensioenregelingen aan het fiscale kader van de Wet toekomst pensioenen. Tevens zijn de onderdelen 2., 4. en 5. uit het Klein verzamelbesluit pensioenen van 7 december 2020, nr. 2020-234674, ongewijzigd in dit besluit opgenomen. Voorts is een aantal onderdelen verplaatst en heeft een aantal onderdelen hun belang verloren. Verder zijn sommige onderdelen verduidelijkt en zijn er redactionele wijzigingen aangebracht. Tot slot worden de twee hiervoor genoemde besluiten ingetrokken.
Onderdelen 2.2. tot en met 2.5. (oud), 3.2.4. tot en met 3.7. (oud) en onderdeel 4.3. (oud) zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Daarmee hebben de onderdelen hun belang verloren en komen deze te vervallen. De betreffende bepalingen in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 zijn ook van toepassing op pensioenaanspraken die waren opgebouwd op 30 juni 2023 (de dag vóór inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioen), alsmede op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd met toepassing van artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964. Dit volgt uit de artikelen 38b, eerste lid, en 38q van de Wet op de loonbelasting 1964.
Onderdelen 2.6. (oud) en 3.8. (oud) zijn verplaatst naar onderdeel 6.1. respectievelijk onderdeel 6.2.
Onderdeel 5. (oud) is verplaatst naar onderdeel 2.
Onderdeel 5.2. (oud) heeft zijn belang verloren en vervalt.
Onderdelen 5.3. tot en met 5.6. (oud) zijn verplaatst naar de onderdelen 2.2. tot en met 2.5.
In de onderdelen 2.6. en 2.7. is een verduidelijking en een goedkeuring uit het Klein verzamelbesluit pensioenen van 7 december 2020, nr. 2020-234674 opgenomen.
Onderdeel 6. (oud) en onderdeel 7. (oud) zijn vervallen, omdat zij hun belang hebben verloren.
Onderdeel 8. (oud) is verplaatst naar onderdeel 3. en redactioneel aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen. Inhoudelijk is geen wijziging beoogd.
Onderdelen 8.3. (oud), 8.8. (oud) en 8.9. (oud) zijn verplaatst naar onderdeel 6.5., onderdeel 6.6. respectievelijk onderdeel 6.7.
In onderdeel 3.7. is een aanwijzing toegevoegd in verband met de uitbreiding van de aanwijsbevoegdheid in artikel 19d, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964.
In onderdeel 3.8. is een aanwijzing toegevoegd in verband met de aanpassing van delen van pensioenregelingen aan het fiscale kader van de Wet toekomst pensioenen.
Onderdeel 9. (oud) is verplaatst naar onderdeel 4. en redactioneel aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen. Inhoudelijk is geen wijziging beoogd.
Onderdeel 10.1. (oud) is vervallen, omdat het zijn belang heeft verloren.
Onderdelen 10.2. (oud) en 10.3. (oud) zijn verplaatst naar onderdeel 6.3. respectievelijk 6.4.
In onderdeel 5. zijn twee goedkeuringen opgenomen uit het Klein verzamelbesluit pensioenen van 7 december 2020, nr. 2020-234674.
In het nieuwe onderdeel 6. zijn de onderdelen 2.6. (oud), 3.8. (oud), 8.3. (oud), 8.8. (oud), 8.9. (oud), 10.2. (oud) en 10.3. (oud) opgenomen die van belang blijven op pensioenaanspraken die worden opgebouwd met toepassing van artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964.
Onderdeel 7. voorziet in de intrekking van twee besluiten die hun belang hebben verloren.
In onderdeel 8. is een citeertitel opgenomen.
Dit besluit is gewijzigd bij besluit van (6 februari 2025), nr. 2025-2109, (Stcrt. 2025-5878). De wijziging betreft de invoeging van een nieuw onderdeel 6. onder vernummering van de onderdelen 6. tot en met 8. tot 7. tot en met 9. In onderdeel 6. (nieuw) is een goedkeuring opgenomen met betrekking tot de premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid.
AFM
Autoriteit Financiële Markten
Anw
Algemene nabestaandenwet
AOW
Algemene Ouderdomswet
AOW-franchise
het gedeelte van het pensioengevend loon waarover geen pensioen wordt opgebouwd omdat voor dat deel vanaf de AOW-leeftijd AOW wordt uitgekeerd
AOW-leeftijd
de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, AOW
Artikel 38a
Wet LB (oud)
artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dit artikel luidde op 31 december 2004
AWR
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Dga
directeur-grootaandeelhouder
DNB
De Nederlandsche Bank
IAPW
Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
Inspecteur
de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst
Lijfrente
lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht, als bedoeld in artikel 3.125 en 3.126a, van de Wet inkomstenbelasting 2001
Loon
loon in de zin van hoofdstuk II van de Wet op de loonbelasting 1964
Loonheffing
loonbelasting/premie volksverzekeringen
Loonheffingen
loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
ODV
aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting als bedoeld in artikel 38p van de Wet op de loonbelasting 1964
Ondernemer
ondernemer als bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.5, van de Wet inkomstenbelasting 2001
Partijen
bij een pensioenregeling betrokken werkgever(s), werknemer(s) en pensioenverzekeraar(s)
PEB
pensioen in eigen beheer
(pre)pensioendatum
de in een (pre)pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het prepensioen of het ouderdomspensioen
Pensioenfonds
bedrijfstak- of beroepspensioenfonds in de zin van de Wet BPF 2000 respectievelijk de Wet verplichte beroepspensioenregeling
Pensioengevend loon
het totaal van de in een jaar genoten loonbestanddelen waarover pensioen wordt opgebouwd, als bedoeld in de artikelen 18a, 18b en 18c, van de Wet op de loonbelasting 1964
Pensioengrondslag
pensioengevend loon minus de AOW-franchise
PPI
premiepensioeninstelling in de zin van artikel 1 Pensioenwet
Professionele verzekeraar
verzekeraar als bedoeld in artikel 19a van de Wet op de loonbelasting 1964 niet zijnde een verplicht gesteld bedrijfstak- of beroepspensioenfonds
PW
Pensioenwet
Resultaatgenieter
de belastingplichtige die belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden geniet als bedoeld in afdeling 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001
Stcrt.
Staatscourant
UBLB
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
Verplichtgesteld pensioenfonds
– Bedrijfstakpensioenfonds als bedoeld in artikel 2 Wet BPF 2000 waarvoor de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen deelname aan dat bedrijfstakpensioenfonds voor een of meer bepaalde groepen van personen die in de betrokken bedrijfstak werkzaam zijn, verplicht heeft gesteld; en
– Pensioenuitvoerder, een pensioeninstelling uit een andere lidstaat die beschikt over een daartoe verleende vergunning of een verzekeraar met een zetel buiten Nederland, als bedoeld in artikel 8 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, die een beroepspensioenregeling uitvoeren waarvoor de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen deelname in een beroepspensioenregeling voor een of meer bepaalde groepen van beroepsgenoten verplicht heeft gesteld
Werkgever
inhoudingsplichtige voor de loonheffing
Wet BPF 2000
Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000
Wet IB 2001
Wet inkomstenbelasting 2001
Wet LB
Wet op de loonbelasting 1964
Wet uitfasering PEB
Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen
Wet VAP
Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd
Wet Vpb
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Wet VPL
Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling
Wet Witteveen 2015
Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen
WIA
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
WIA-uitkering
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
WIA-wachttijd
de wachttijd als bedoeld in artikel 23 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Wvb
Wet verplichte beroepspensioenregeling
WTP
Wet toekomst pensioenen
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Verzamelbesluit pensioenen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juli 2023