Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Niet voldoen aan artikel 11, eerste lid, van verordening 2021/1139

Onderdeel van Beleidsregel verlagen subsidies EMFAF, BAR en Regeling sanering garnalenvisserij· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2025

1. Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 3.1.7, eerste lid, van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021, artikel 1.8, derde lid van de Tijdelijke subsidieregeling BAR visserij, artikel 2.26.9, zevende lid, van de Regeling sanering garnalenvisserij of een in een beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting te voldoen aan artikel 11, eerste lid, onderdeel a, b of c, van verordening 2021/1139, wordt: indien de beschikking tot subsidievaststelling nog niet is gegeven, het subsidiebedrag verlaagd met 100%; indien de beschikking tot subsidievaststelling is gegeven, het subsidiebedrag verlaagd met een percentage dat wordt bepaald door het aantal dagen dat de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichting, te delen door het aantal dagen dat de verplichting van toepassing is, gerekend vanaf de dag na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling, vermenigvuldigd met 100. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef, onderdelen a en b, wordt, indien een subsidieontvanger een subsidie heeft ontvangen voor het definitief stopzetten van de visserijactiviteiten als bedoeld in de Tijdelijke subsidieregeling BAR visserij of de Regeling sanering garnalenvisserij en de in het eerste lid, aanhef, vermelde situatie van toepassing is: indien de beschikking tot subsidievaststelling nog niet is gegeven en het betreffende vissersvaartuig niet langer is ingeschreven in het visserijregister als bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, het subsidiebedrag verlaagd met 50%; indien de beschikking tot subsidievaststelling is gegeven, het subsidiebedrag verlaagd met een percentage dat wordt bepaald door het aantal dagen dat de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichting, te delen door het aantal dagen van de verplichting van toepassing is, gerekend vanaf de dag na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling, vermenigvuldigd met 50. 3. Het aantal dagen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald door als startdatum de datum aan te houden waarop de punten zijn toegekend en als einddatum de datum waarop de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet meer van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel