Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Instelling Klachtencommissie BR en MR

Onderdeel van Klachtenregeling voor het Centraal bureau voor de statistiek 2023· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023

1. De directeur-generaal stelt ten behoeve van de afhandeling van klachten inzake BR en MR een klachtencommissie BR en MR in en benoemt naast een onafhankelijke voorzitter tenminste twee leden. 2. De voorzitter en leden dienen relaties te hebben met de overheid en bedrijfsleven en kennis te hebben van (mededingings)recht. 3. De klachtencommissie BR en MR wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 4. De klachtencommissie BR en MR komt ten behoeve van de klachtbehandeling bijeen. 5. De voorzitter en de leden hebben een zittingstermijn van 3 jaar. Deze termijn kan éénmaal met 3 jaar worden verlengd. 6. De klachtencommissie BR en MR heeft tot taak: te beslissen over het al dan niet in behandeling nemen van een bij de klachtencommissie BR en MR ingediende klacht; deze klacht te onderzoeken; de directeur-generaal schriftelijk en gemotiveerd te adviseren over de gegrondheid van de klacht ofwel over de vraag of het door de klager gestelde aannemelijk is; 7. De directeur-generaal kan gedurende het onderzoek en na overleg met de voorzitter van de klachtencommissie BR en MR, tijdelijke maatregelen treffen alsmede een specifiek onderzoek doen instellen. In dit laatste geval kan de directeur-generaal besluiten tot het opschorten van de termijn als genoemd in artikel 11, eerste lid van deze regeling. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel