**1.** Indien de subsidieontvanger een bekostigde onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 9.1 van de Kaderregeling, zijn de artikelen 13 en 14 niet van toepassing.
**2.** Indien de subsidie aan de bekostigde onderwijsinstelling niet meer bedraagt dan € 125.000,– stelt de Minister de subsidie onder toepassing van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling direct vast. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.
**3.** Het eventueel niet aangewende deel van een in het tweede lid bedoelde subsidie kan, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
**4.** Bij subsidies als bedoeld in het tweede lid toont de bekostigde onderwijsinstelling op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
**5.** Indien de subsidie aan de bekostigde onderwijsinstelling ten minste € 125.000,– bedraagt, verleent de Minister de subsidie onder toepassing van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel b, van de Kaderregeling. De verantwoording van subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2.
**6.** Subsidies als bedoeld in het vijfde lid kunnen uitsluitend worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt. Niet-bestede middelen worden teruggevorderd.
Artikel 15
Verantwoording en vaststelling subsidies aan bekostigde onderwijsinstellingen
Onderdeel van Subsidieregeling Uitvoeringsagenda Faro· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 20 juli 2023