De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en het aantal subsidiabele vollasturen:
ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of
ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt.
§ 3 › § 3.3 › § 3.3.7
Artikel 45
Artikel 45
Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 september 2023