Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Vergoedingen voor rechtsbijstandsverlening

Onderdeel van Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 22 januari 2026

1. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend voor rechtsbijstand bij het proces, bedoeld in artikel 2 van de TwG, vanaf het indienen van een zienswijze in het kader van de aanvraag om vergoeding van schade bij het Instituut, waaronder het indienen van bezwaar. 2. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend voor rechtsbijstand bij het proces, bedoeld in hoofdstuk 5 van de TwG, vanaf de ontvangst van de beoordeling, bedoeld in artikel 13i, tweede en derde lid, van de TwG en bij besluiten tot versterking van gebouwen of onderdelen daarvan waarop artikel 13n, eerste lid, van de TwG van overeenkomstige toepassing is verklaard. Het indienen van bezwaar is bij deze vergoeding inbegrepen. 3. Voor de rechtsbijstand bij het beroep tegen een beslissing op bezwaar wordt een vergoeding toegekend van 40 punten. 4. Voor de rechtsbijstand bij het hoger beroep tegen een uitspraak in beroep wordt een vergoeding toegekend van 40 punten, tenzij het Instituut of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (lees: NCG) de kosten van rechtsbijstand voor zijn rekening neemt. 5. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend terzake van een rechtsgang naar een bij verdrag met rechtspraak belast internationaal college dat niet zelf in een aanspraak op vergoeding van rechtsbijstand voorziet. 6. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend voor privaatrechtelijke geschillen tussen rechtzoekende en zijn opdrachtnemer, indien de versterking geheel of gedeeltelijk door de rechtzoekende in eigen beheer is of wordt uitgevoerd, dan wel de schade via daadwerkelijk herstel door de rechtzoekende in eigen beheer is of wordt hersteld, over: het bouw- of ontwerpplan; de uitvoering van versterkingsmaatregelen of schadeherstelmaatregelen; of bouwfouten, waaronder ook begrepen geschillen over gebreken of meer-/minderwerk bij de uitvoering van versterkingsmaatregelen of schadeherstelmaatregelen of bouwfouten, vanaf het treffen van een rechtsmaatregel of het starten van een procedure bij de civiele rechter, de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen, of daarmee vergelijkbare alternatieve geschillenprocedures. 7. Indien een procedure zoals bedoeld in lid 3, 4 en 5 voortijdig is beëindigd, geldt de regeling voor advieszaken zoals in artikel 12 Bvr is opgenomen. 8. Indien de advocaat in het kader van de in het eerste tot en met zesde lid van dit artikel bedoelde procedure meer dan één zitting bij de bezwaarschiftenadviescommissie of gerechtelijke instantie heeft bijgewoond, wordt voor de tweede en elke daaropvolgende zitting telkens 2,5 punten vergoed. 9. Voor de rechtsbijstand bij een verzoek tot voorlopige voorziening in het kader van bezwaar, alsmede beroep, alsmede hoger beroep, wordt voor ieder verzoek tot een voorlopige voorziening een toeslag van 4 punten toegekend. 10. Indien de rechtsbijstand zoals bedoeld in deze regeling opvolgend is verleend door twee of meer advocaten die niet behoren tot hetzelfde samenwerkingsverband wordt het aantal toe te kennen punten éénmaal met 2 punten verhoogd. 11. In geval rechtsbijstand is verleend door opvolgende advocaten zoals bedoeld in het tiende lid van dit artikel, wordt de vergoeding betaald aan de advocaat die het laatst is toegevoegd. De advocaten verdelen het bedrag in onderling overleg naar verhouding van de verrichte werkzaamheden. 12. Artikel 32 van de Wrb is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste tot en met zesde lid genoemde fases in de procedure. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H, van de Wijzigingswet Tijdelijke wet Groningen (i.v.m. herstel van omissies en het aanbrengen van verduidelijkingen) (Stb. 2025, 62) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel