**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 8.620.000,– voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a.
**2.** De subsidie bedraagt minimaal € 25.000,– en maximaal € 400.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a.
**3.** Het subsidieplafond bedraagt € 18.700.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel b.
**4.** De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 300.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel b.
**5.** Het subsidieplafond bedraagt € 11.200.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel c.
**6.** De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 200.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel c.
**7.** Het subsidieplafond voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, bedraagt voor:
mbo-instellingen: € 4.445.000;
vo-instellingen: € 3.330.000;
po-scholen: € 2.225.000.
**8.** De subsidie per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, bedraagt voor:
mbo-instellingen: minimaal € 75.000 en maximaal € 400.000;
vo-instellingen: minimaal € 75.000 en maximaal € 300.000;
po-scholen: minimaal € 75.000 en maximaal € 200.000.
**9.** De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 8.
**10.** Indien in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, het beschikbare bedrag voor een van de onderwijsinstellingen, genoemd in artikel 4, zevende lid, niet geheel wordt verleend, kan het resterende bedrag aangewend worden voor de aanvragen van de andere onderwijsinstellingen, genoemd in artikel 4, zevende lid. De verdeling van dit bedrag vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 4
Subsidieplafond en het subsidiebedrag per aanvraag
Onderdeel van Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 23 december 2025