Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Subsidieplafond en het subsidiebedrag per aanvraag

Onderdeel van Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 23 december 2025

1. Het subsidieplafond bedraagt € 8.620.000,– voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a. 2. De subsidie bedraagt minimaal € 25.000,– en maximaal € 400.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a. 3. Het subsidieplafond bedraagt € 18.700.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel b. 4. De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 300.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel b. 5. Het subsidieplafond bedraagt € 11.200.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel c. 6. De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 200.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel c. 7. Het subsidieplafond voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, bedraagt voor: mbo-instellingen: € 4.445.000; vo-instellingen: € 3.330.000; po-scholen: € 2.225.000. 8. De subsidie per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, bedraagt voor: mbo-instellingen: minimaal € 75.000 en maximaal € 400.000; vo-instellingen: minimaal € 75.000 en maximaal € 300.000; po-scholen: minimaal € 75.000 en maximaal € 200.000. 9. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 8. 10. Indien in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, het beschikbare bedrag voor een van de onderwijsinstellingen, genoemd in artikel 4, zevende lid, niet geheel wordt verleend, kan het resterende bedrag aangewend worden voor de aanvragen van de andere onderwijsinstellingen, genoemd in artikel 4, zevende lid. De verdeling van dit bedrag vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel