**1.** De minister stelt een onafhankelijke beoordelingscommissie in die is belast met het beoordelen van de aanvragen.
**2.** Na de sluitingsdatum van de desbetreffende aanvraagperiode worden de ingediende volledige aanvragen door de beoordelingscommissie beoordeeld en voorzien van een advies aan de minister.
**3.** De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling. De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
**4.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c, wordt voor ieder criterium afzonderlijk met de minimumscore, genoemd in bijlage 1, beoordeeld om in de rangschikking, genoemd in het vijfde lid, te worden opgenomen.
**5.** Aanvragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder a, b of c worden na beoordeling gerangschikt op basis van punten op zodanige wijze dat een hoger toegekende puntenscore leidt tot een hogere rangschikking. Aanvragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, worden ingedeeld in drie categorieën, op basis van het aantal punten dat per aanvraag is toegekend onder toepassing van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling. De aanvragen worden ingedeeld in de volgende categorieën:
vijfenvijftig punten en hoger;
ten minste veertig punten, maar niet meer dan vierenvijftig punten; en
minder dan veertig punten.
**6.** Indien na toewijzing van de hoger gerangschikte aanvragen voor een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c twee aanvragen resteren die met een gelijk aantal punten zijn beoordeeld, maar budget resteert dat toereikend is voor een aanvraag, worden deze aanvragen primair beoordeeld op grond van de geografische spreiding en secundair op grond van de onderwijssector. De aanvraag die betrekking heeft op een regio die bij de toegewezen aanvragen het minst is vertegenwoordigd, wordt in dat geval hoger gerangschikt. Indien de twee aanvragen ook na toepassing van dit criterium een gelijke beoordeling hebben, wordt de aanvraag die betrekking heeft op een onderwijssector die bij de toegewezen aanvragen het minst is vertegenwoordigd hoger gerangschikt.
**7.** Voor aanvragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d en e, geldt dat de score voor toekenning als bedoeld in artikel 15a, tweede lid ook kan worden bereikt indien voor maximaal twee van de criteria 1, 2, 3 of 4 uit bijlage 2 de helft van de maximale score niet wordt bereikt terwijl het totaal aantal punten op alle criteria gelijk is aan of groter dan het minimale totaal aantal punten voor toekenning als bedoeld in artikel 15a tweede lid, en tegelijkertijd de maximale score op criterium 5 is bereikt.
**8.** De aanvragers die een aanvraag hebben ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikelen 5, eerste lid, onder d of e, worden na de sluitingsdatum van de betreffende aanvraagperiode uitgenodigd voor een onlinegesprek om de aanvraag aan de beoordelingscommissie te kunnen toelichten.
Artikel 14
Beoordeling subsidieaanvragen
Onderdeel van Subsidieregeling Npuls CTL· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 15 juli 2026