Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 5.4

(subsidiabele kosten realisatie waterstofproductie-installatie)

Onderdeel van Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 30 september 2023

1. Als subsidiabele kosten komen uitsluitend de kosten in aanmerking die nodig zijn voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie. 2. Kosten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen, zijn kosten van investeringen in: gronden en gebouwen; machines en apparatuur, waaronder batterijen met een maximaal vermogen van 1 MW per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser en een maximale opslagcapaciteit van 2 MWh per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser; een opslagvoorziening van de hoeveelheid waterstof in kg die de waterstofproductie-installatie in een periode van 24 uur kan produceren; materialen of hulpmiddelen; immateriële activa; aanleg van infrastructuur voor de verbinding van de waterstofproductie-installatie met het elektriciteitsnet en de waterstoftransportleidingen. 3. De volgende kosten komen niet in aanmerking: kosten van omzetbelasting die de subsidieaanvrager in aftrek kan brengen; kosten die de subsidieaanvrager heeft gemaakt voordat de aanvraag voor subsidie is ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel