**1.** De Minister stelt jaarlijks voor 1 november het voorlopige correctiebedrag vast voor het daaropvolgende kalenderjaar.
**2.** Het voorlopige correctiebedrag bedraagt de som van:
de gemiddelde kosten van het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie in de periode van 1 september tot en met 31 augustus voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor het voorlopige correctiebedrag wordt vastgesteld;
de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, omgerekend naar € per kg waterstof met de omrekenfactor 0,03932 MWh/kg; en
de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
**3.** Indien het definitieve correctiebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, lager is dan een bedrag van € 1,7600 per kg waterstof, wordt gerekend met dat bedrag in plaats van met de gemiddelde kosten.
**4.** Voor 2023 wordt het voorlopige correctiebedrag vastgesteld op:
€ 3,9895/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a;
€ 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;
€ 0,0000/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
§ 6
Artikel 6.13
(voorlopig correctiebedrag)
Onderdeel van Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 30 september 2023