Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Beschikking tot vaststelling

Onderdeel van Regeling bijzondere uitkering water-, haven- en luchtvaartinfrastructuur BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 26 juni 2024

1. De minister stelt de bijzondere uitkering overeenkomstig de verlening vast. 2. In afwijking van het eerste lid kan de bijzondere uitkering lager worden vastgesteld dan het bij beschikking verleende bedrag als: de activiteiten waarvoor de bijzondere uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; het openbaar lichaam niet heeft voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de bijzondere uitkering; het openbaar lichaam onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van een bijzondere uitkering zou hebben geleid, of de verlening van een bijzondere uitkering anderszins onjuist was en het openbaar lichaam dit wist of behoorde te weten. 3. De minister is bevoegd tot het geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen van de bijzondere uitkering indien: het openbaar lichaam niet tijdig de laatste verantwoording heeft ingediend, of de beschikking tot verlening van een bijzondere uitkering wordt ingetrokken of ten nadele van het openbaar lichaam wordt gewijzigd.

Rechtspraak bij dit artikel