Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Intrekken en wijzigen vaststelling bijzondere uitkering

Onderdeel van Regeling bijzondere uitkering water-, haven- en luchtvaartinfrastructuur BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 6 oktober 2023

1. De minister kan de vaststelling van de bijzondere uitkering intrekken of ten nadele van het openbaar lichaam wijzigen: op grond van feiten of omstandigheden waarvan het openbaar lichaam bij de vaststelling van de subsidie redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijzondere uitkering lager dan overeenkomstig de verlening van de bijzondere uitkering zou zijn vastgesteld; indien de vaststelling van de bijzondere uitkering onjuist was en het openbaar lichaam dit wist of behoorde te weten, of indien het openbaar lichaam na de vaststelling van de bijzondere uitkering niet heeft voldaan aan de daaraan verbonden verplichtingen. 2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de bijzondere uitkering is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. 3. De vaststelling van de bijzondere uitkering kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van het openbaar lichaam worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel