**1.** Het Zorginstituut baseert het aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MHK_C op:
de indeling in MHK_C-klassen 2024 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 10 van deze Beleidsregels;
declaraties over 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2023, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties over 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2024, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2025 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties over 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2025 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; en
het PKB 2021, PKB 2022 en PKB 2023.
**2.** Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met e, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2024 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 10 van deze Beleidsregels, in welke MHK_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**3.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MHK_C’ in.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.11
MHK_C
Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2024· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2023